Hoe vaak komt het niet voor dat men gaat scheiden terwijl er ook jong-meerderjarige kinderen (18 t/m 20 jaar) tot het gezin behoren? Soms lukt het ouders om zelf afspraken met elkaar te maken over de kosten van studie en levensonderhoud van deze kinderen en over wie welk bedrag bijdraagt, maar niet altijd. Kunnen ouders of de jong-meerderjarige de rechtbank dan binnen hun echtscheidingsprocedure om een beslissing over de bijdrage in de kosten van studie en levensonderhoud vragen?
In zijn arrest van 9 mei 2025 (ECLI:NL:HR:2025:724) heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over deze vraag, die in de echtscheidingspraktijk regelmatig speelt: kan een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie voor een jongmeerderjarige via een voorlopige voorziening of nevenvoorziening binnen een echtscheidingsprocedure worden vastgesteld? Het antwoord is nee.
Prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam
De zaak betrof een echtscheidingsprocedure inclusief voorlopige voorzieningen waarbij beide ouders gemachtigd waren door hun inmiddels meerderjarige kind. De rechtbank Rotterdam legde twee prejudiciële vragen voor:
- Valt de jongmeerderjarige onder de reikwijdte van art. 822 lid 1, onder c, Rv? ( met andere woorden: kan de jongmeerderjarige binnen de echtscheidingsprocedure van zijn/haar ouders een voorlopige voorziening over kosten voor studie en levensonderhoud vragen?)
- Kan de werkwijze waarbij een gemachtigde ouder een verzoek indient namens een jongmeerderjarige naar analogie van art. 827 lid 1 aanhef en onder g Rv over nevenvoorzieningen in een echtscheidingsprocedure worden toegepast in de voorlopige voorzieningenprocedure?
.
Geen voorlopige of nevenvoorziening op grond van art. 822 of 827 Rv
De Hoge Raad beantwoordt beide vragen ontkennend. De regeling van art. 822 en art. 827 Rv ziet uitsluitend op de verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen. Een jongmeerderjarige beschikt vanaf 18 jaar over een eigen rechtsaanspraak jegens zijn of haar ouders op grond van art. 1:395a BW, en een verzoek tot vaststelling van een bijdrage moet dan ook door de jongmeerderjarige zelf of via een door hem of haar gemachtigde ouder worden gedaan.
De Hoge Raad is helder: het bepalen van een bijdrage voor een jongmeerderjarige betreft geen voorziening tussen de echtgenoten en kan daarmee niet worden ingekaderd onder de wettelijke bepalingen die voor de echtscheidingsprocedure gelden. Ook een beroep op een zogeheten restcategorie van art. 827 lid 1, onder g Rv — bedoeld om aanvullende nevenvoorzieningen mogelijk te maken bij voldoende samenhang met de echtscheiding — is niet toepasselijk. De echtscheiding heeft op de zelfstandige aanspraak van een jongmeerderjarige geen invloed, en er is dus onvoldoende samenhang met de gevolgen van de echtscheiding.
Wat is wél mogelijk? Artikel 223 Rv biedt uitkomst
Hoewel art. 822 en 827 Rv, die zien op de echtscheidingsprocedure tussen de ouders, geen ruimte bieden, blijft het voor een jongmeerderjarige of diens gemachtigde ouder wél mogelijk om binnen een andere procedure een voorlopige voorziening te vragen via artikel 223 Rv. Namelijk wanneer gelijktijdig ook een verzoekschrift op de voet van art. 1:395a BW wordt ingediend in een aparte procedure.
Volgens de Hoge raad kan de rechtbank dit verzoek op de voet van art. 223 Rv vervolgens gelijktijdig behandelen met de verzoeken binnen de echtscheidingsprocedure. Zo wordt procedurele efficiëntie behouden, zonder dat daarvoor de wettelijke systematiek geweld wordt aangedaan.
Belang voor de praktijk
Deze uitspraak is van groot belang voor de familierechtpraktijk. Het voorkomt dat voorlopige voorzieningen voor jongmeerderjarigen op onjuiste juridische grondslagen worden gebaseerd, terwijl het tegelijkertijd een duidelijke route biedt voor gevallen waarin snel een bijdrage nodig is en het nodig is om zowel met de gevolgen van de ( op handen zijnde) echtscheiding voor de ouders en hun minderjarige kinderen, als hun jong- meerderjarige kinderen rekening te houden. Door het starten van een aparte procedure op basis van art. 1:395a BW in combinatie met art. 223 Rv mét daarbij het uitdrukkelijke verzoek aan de rechtbank om de procedure gelijktijdig met de echtscheidingsprocedure of de voorlopige voorzieningen daarin te behandelen, ontstaat alsnog ruimte voor allesomvattende besluitvorming.
De gespecialiseerde familierechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation begeleiden hun cliënten zorgvuldig den bij het kiezen van de juiste juridische route. Óok wanneer er meerdere kinderen met verschillende leeftijden in het spel zijn.
Heeft u vragen over de gevolgen van deze uitspraak of wilt u weten welke stappen in uw zaak passend zijn? Neem gerust contact met ons op voor advies.