De trouwe lezers van onze artikelen weten dat het een regelmatig terugkerend onderwerp is: het concurrentiebeding. Deze week bespreken we een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin uiteraard de vraag centraal staat: mag een werkgever een voormalig werknemer verbieden om aan de slag te gaan bij de concurrent?
Waar gaat de zaak over?
Een audicien bij Beter Horen B.V. heeft een arbeidsovereenkomst met daarin een non-concurrentiebeding voor de duur van twee jaar, met een daaraan gekoppelde boete. In september 2025 zegt de werknemer zijn arbeidsovereenkomst op om te gaan werken bij een concurrerend bedrijf in hooroplossingen.
Voorafgaand aan zijn uitdiensttreding heeft Beter Horen overigens wel aangeboden om een uitzondering te maken op het concurrentiebeding, zodat de audicien van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027 mag werken bij de nieuwe werkgever in plaats A en vanaf 1 januari 2027 bij de nieuwe werkgever in plaats B.
De audicien start echter al op 3 november 2025 bij zijn nieuwe werkgever in plaats B. Als Beter Horen hiermee bekend raakt, volgt na een sommatie en gesprekken en correspondentie een kort geding bij de kantonrechter. Daarin vordert Beter Horen onder meer dat de audicien zijn werkzaamheden voor de concurrent in plaats B voor een jaar staakt, op straffe van een dwangsom. Ook vordert Beter Horen een voorschot aan boetes van €99.000.
Het kort geding is niet alleen gericht tegen de audicien, maar ook tegen zijn nieuwe werkgever. Beter Horen wil onder meer een verbod voor de nieuwe werkgever om gebruik te maken van de werkzaamheden van de audicien bij de vestiging in plaats B, op straffe van een dwangsom.
De audicien voert aan dat het concurrentiebeding geen stand kan houden nu niet aannemelijk is dat de overstap van een audicien in een uitvoerende functie leidt tot aantasting van het bedrijfsdebiet. Subsidiair stelt de audicien dat zijn persoonlijke en financiële belangen zwaarder moeten wegen dan de bedrijfsbelangen van Beter Horen. Ook verzoekt de audicien de kantonrechter om de boetes te matigen tot nihil, althans tot een lager bedrag.
Verder stelt de audicien een tegenvordering in: schorsing van het concurrentiebeding, dan wel subsidiair toekenning van een maandelijkse vergoeding voor de periode waarin het concurrentiebeding geldt.
Wat oordeelt de kantonrechter?
De kantonrechter oordeelt dat Beter Horen een voldoende zwaarwegend belang heeft bij toewijzing van de vordering, omdat dit nodig is om haar bedrijfsdebiet te beschermen. Er is sprake van een zeer competitieve markt, de klantrelaties zijn persoonsgebonden, werknemer heeft specifieke vertrouwelijk kennis van klanten waarmee de nieuwe werkgever een concurrentievoordeel heeft en de concurrent bevindt zich op geringe afstand van werkgever. De werknemer wordt ook niet onbillijk benadeeld nu hij voor dezelfde concurrent ook in een ander bedrijfsvestiging kan werken.
Slotsom: de werknemer mag inderdaad gedurende één jaar niet meer in de betreffende plaats werken voor zijn nieuwe werkgever. Daaraan verbindt de kantonrechter een dwangsom van €500 per dag. De zeer hoge boete die Beter Horen vordert wordt echter afgewezen. Het gaat immers om een kort geding, en in zo’n geval moet er sprake zijn van onverwijlde spoed. Dat is door Beter Horen niet gesteld.
De nieuwe werkgever mag in de betreffende plaats géén gebruik meer maken van de werkzaamheden van gedaagde. Hier wordt ook een dwangsom aan gekoppeld.
De tegenvorderingen van de werknemer, waaronder de toekenning van een vergoeding voor de duur van het concurrentiebeding, worden afgewezen.
U kunt de uitspraak hier lezen.
Tot slot
We horen regelmatig dat werknemers met een concurrentiebeding denken “dat de soep niet zo heet gegeten wordt”. Deze zaak laat zien dat werkgevers hun voormalig werknemers wel degelijk aan dit beding kunnen houden. Wat in deze zaak opvalt, is de duidelijke en specifieke onderbouwing die Beter Horen heeft aangevoerd, waardoor de rechter een concrete toetsing kon uitvoeren van het belang van Beter Horen om de oud-werknemer aan het concurrentiebeding te houden.
Let op: de regels rondom het concurrentiebeding gaan mogelijk in de toekomst op de schop! Het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding houdt onder meer in dat zowel de duur als het bereik van het concurrentiebeding beperkt worden, en dat werkgevers een vergoeding moeten betalen als zij een werknemer aan het beding willen houden. Vooralsnog is dit voorstel toekomstmuziek. Zodra er meer over bekend is, hoort u dit uiteraard van het arbeidsrechtteam van SPEE advocaten & mediation. Heeft u vragen over dit onderwerp? Wij helpen u graag verder.