5 mei 2026 Uurtarief zzp’er lager dan €38? Dan vermoeden van arbeidsovereenkomst!

De Wet DBA, de wetsvoorstellen Vbar en Zelfstandigenwet: het onderwerp schijnzelfstandigheid van zzp’ers houdt de gemoederen al geruime tijd flink bezig. In dat kader is er een nieuwe ontwikkeling te melden: het wetsvoorstel Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief is op 21 april 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. Wat betekent het voor opdrachtgevers en zzp’ers als dit voorstel straks ook door de Eerste Kamer komt? U leest het hier:

Kern van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, door een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren als zzp’ers een laag uurtarief hebben. Op die manier kunnen zzp’ers die minder dan 38 euro per uur verdienen eenvoudiger hun rechtspositie opeisen bij hun opdrachtgever. Het doel hiervan is om laagbetaalde zzp’ers beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid.

Gevolgen voor opdrachtgevers en zzp’ers zijn groot!

Als een zzp’er een beroep doet op dit rechtsvermoeden, dan is het aan de opdrachtgever om aan te tonen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar van een “echte” overeenkomst van opdracht. Als de opdrachtgever daar niet in slaagt, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid.

Dit heeft natuurlijk vérstrekkende consequenties: de opdrachtgever is dan feitelijk werkgever en de zzp’er is geen zelfstandige meer maar werknemer. En werknemers hebben recht op alle bescherming die hoort bij iemand in loondienst. Denk aan het recht op loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

Hoe nu verder?

Op 12 mei aanstaande bespreekt de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid de procedure voor dit wetsvoorstel.

Verder wordt een deel van de (nieuwe) zzp-wetgeving die al bij de Tweede Kamer lag geschrapt, namelijk het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (wetsvoorstel Vbar). Dit deel zou voor te veel onrust zorgen. Het kabinet werkt de komende periode verder aan de Zelfstandigenwet. Die wet is een afspraak uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten.

In het wetsvoorstel van de Zelfstandigenwet staat de vraag centraal of de werkende kan worden aangemerkt als zelfstandig ondernemer. Het ondernemerschap van de werkende is hier het vertrekpunt. Ook de bedoelingen van partijen worden bij deze beoordeling betrokken.

Uiteraard houden wij u op de hoogte van ontwikkelingen op dit gebied.

En in de tussentijd?

Ons belangrijkste advies voor zowel zelfstandigen als opdrachtgevers is om u niet gek te laten maken door alle ‘cowboyverhalen’ die de ronde doen, bijvoorbeeld op LinkedIn. Het is nog steeds mogelijk om op een juridisch en fiscaal verantwoorde manier zzp’ers in te huren of als zelfstandige werkzaam te zijn.

De regels daarvoor zijn immers niet ineens plotseling veranderd: arbeidsrelaties worden op dit moment nog steeds beoordeeld op basis van de wettelijke definitie van de arbeidsovereenkomst: arbeid, loon en gezag. Dit is verder uitgewerkt door de Hoge Raad in het Uber-arrest en het Deliveroo-arrest. Welke wet uiteindelijk wordt ingevoerd, staat dus los van de toetsing die op dit moment al plaatsvindt.

Wij raden opdrachtgevers en zelfstandigen dan ook aan om geen afwachtende houding aan te nemen maar om te blijven voldoen aan de regels die op dit moment gelden.

In deze publicatie van de Belastingdienst van april 2026 treft u een leesbaar overzicht aan van het huidige toetsingskader, dat gebaseerd is op bovengenoemde jurisprudentie: Toelichting Beoordeling arbeidsrelaties – Beslis- en afwegingskader

 Vragen?

Mocht u vragen hebben over dit onderwerp, of over andere arbeidsrechtelijke onderwerpen, neem dan gerust contact op met de arbeidsrechtspecialisten van SPEE advocaten & mediation. Wij denken graag met u mee.

SPEE advocaten & mediation Maastricht