29 sep 2026 Concurrentiebeding houdt geen stand: overstap naar concurrent toegestaan

Een concurrentiebeding kan een werknemer flink beperken bij een volgende stap in zijn loopbaan. Maar hoe zwaar weegt het belang van de werkgever als de werknemer geen bijzondere commerciële kennis heeft, geen strategische functie vervult en bovendien overstapt naar een onderneming van een voormalig collega? In een recente uitspraak boog de rechtbank Gelderland zich over precies die vraag. De werkgever wilde voorkomen dat een vertrekkende helpdeskmedewerker bij deze concurrent in dienst trad, maar kreeg daarin geen gelijk. Na afweging van de wederzijdse belangen schorste de kantonrechter het concurrentiebeding.

Waar het om draait in deze zaak

Een ICT-dienstverlener voor het mkb had een medewerker sinds maart 2012 in dienst, vanaf 2015 voor onbepaalde tijd. Zijn arbeidsovereenkomst bevatte een geheimhoudingsbeding en een concurrentiebeding. Het laatste verbood hem om gedurende zes maanden na uitdiensttreding binnen een straal van 30 kilometer werkzaam te zijn bij een vergelijkbaar bedrijf, op straffe van een boete van € 4.500. In 2016 werd zijn functie gewijzigd. Begin 2026 veranderde ook de functienaam nogmaals. Enkele jaren eerder hadden twee compagnons binnen de onderneming hun samenwerking beëindigd, waarna één van hen een concurrerend ICT-bedrijf oprichtte binnen de straal van het beding. In februari 2026 kregen partijen een addendum overeen met een aanzienlijke salarisverhoging.

Op 28 april 2026 liet de werknemer weten voornemens te zijn op te zeggen en vroeg hij het concurrentiebeding te laten vervallen. De werkgever hield hem aan het beding ten aanzien van een aantal met name genoemde concurrenten, waaronder het bedrijf van de vertrokken compagnon. Op 12 mei 2026 zegde de werknemer zijn arbeidsovereenkomst op tegen 1 juli 2026. De werkgever bevestigde dit en wees opnieuw op het concurrentiebeding.

De werkgever vorderde in kort geding nakoming van het concurrentiebeding en een verbod voor de werknemer om bij de concurrent werkzaam te zijn. De werknemer vorderde in reconventie primair dat het beding zijn geldigheid had verloren omdat het door de functiewijziging zwaarder op hem was gaan drukken, subsidiair een gedeeltelijke schorsing, en voorwaardelijk een billijkheidsvergoeding wegens zijn chronische visuele beperking en matiging van de boete.

Wanneer is deze werknemer nog gebonden aan zijn concurrentiebeding?

De kantonrechter stelt voorop dat een vordering in kort geding alleen toewijsbaar is als aannemelijk is dat een gelijke vordering ook in een bodemprocedure zou slagen, en dat beide partijen hier een voldoende spoedeisend belang hebben. Niet in geschil was dat het concurrentiebeding destijds rechtsgeldig was overeengekomen. De kantonrechter kan in kort geding vooruitlopen op een mogelijke vernietiging door de bodemrechter, door het beding alvast te schorsen.

Het argument dat het beding door de functiewijziging “zwaarder is gaan drukken” en daardoor zijn geldigheid zou hebben verloren, wijst de kantonrechter af. Daarvoor is vereist dat het beding de werknemer, als gevolg van de functiewijziging, in verdergaande mate belemmert een nieuwe, gelijkwaardige functie te vinden. Voor zowel de oude als de nieuwe functie gold echter hetzelfde verbod om bij concurrenten binnen dezelfde straal te werken. Dat de nieuwe functie zwaarder zou drukken, was onvoldoende onderbouwd.

Vervolgens beoordeelt de kantonrechter de belangenafweging van artikel 7:653 lid 3 sub b BW, en dit valt wél in het voordeel van de werknemer uit. Een concurrentiebeding dient ter bescherming van het bedrijfsdebiet, dus specifieke knowhow en goodwill, en niet om werknemers simpelweg te binden. Dat een werknemer bij vertrek de kennis en ervaring “meeneemt” die hij heeft opgedaan, is inherent aan het aannemen van een ervaren werknemer en tast het bedrijfsdebiet op zichzelf niet aan. Van een aantasting is pas sprake wanneer de werknemer beschikt over essentiële commerciële of technische informatie, unieke werkprocessen of strategieën die de nieuwe werkgever een voordeel geven. Ook is daarvan sprake wanneer hij zo intensief met bepaalde klanten samenwerkt dat een serieus overstaprisico ontstaat.

Van dat laatste was hier geen sprake. De werknemer had een uitvoerende functie, droeg geen kennis van inkoopinformatie of prijsafspraken, voerde geen klantonderhandelingen en had geen actieve rol bij het sluiten van contracten. Weliswaar kende hij de klanten en hun ICT-systemen, maar dat kwalificeert niet als bedrijfsgevoelige informatie. Zijn contact verliep bovendien niet met de klanten zelf, maar met hun werknemers die hij als helpdeskmedewerker met ICT-problemen hielp. Dat contact is niet van het soort waarvoor het concurrentiebeding bescherming biedt. Dat hij als prettig in de omgang werd ervaren, is een persoonlijke eigenschap en geen kennis die hij bij de werkgever heeft opgedaan en die daarom bescherming verdient.

De vrees van de werkgever dat de concurrent na indiensttreding relaties zou benaderen met de mededeling dat de werknemer daar werkte, is onvoldoende om diens kennis alsnog als bedrijfsgevoelig aan te merken. Ook het argument van de werknemer dat de werkgever sowieso geen belang zou hebben, omdat de concurrent via de eerder vertrokken compagnon al over klantinformatie zou beschikken, verwerpt de kantonrechter. Diens kennis dateert van circa zeven jaar geleden en is inmiddels verouderd. Voor eventuele bedrijfsgeheimen kan de werkgever bovendien een beroep doen op het afzonderlijke geheimhoudingsbeding.

Omdat al niet is gebleken dat de werknemer over informatie beschikt die bescherming verdient, ontbreekt bij de werkgever een zwaarwegend belang bij handhaving. Daar komt bij dat de overstap voor de werknemer, vanwege zijn ernstige en chronische visuele beperking waardoor reizen hem steeds zwaarder valt, het grote voordeel biedt dat hij in zijn eigen woonplaats kan gaan werken. De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat hij gemakkelijk een vergelijkbare andere baan zou vinden. De door de werkgever overgelegde vacatures waren daarvoor onvoldoende concreet.

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, door het beding onbillijk wordt benadeeld. Daarmee is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter het beding zal vernietigen, en is het gerechtvaardigd dat de kantonrechter daar in kort geding op vooruitloopt. Omdat een kort geding zich niet leent voor de verdergaande primaire vordering van de werknemer, schorst de kantonrechter het beding. Die schorsing ligt als het mindere besloten in wat de werknemer primair vorderde. De vordering van de werkgever tot nakoming wordt afgewezen. Aan de overige vorderingen van de werknemer komt de kantonrechter niet meer toe.

Lees de volledige uitspraak hier.

Wat neemt u hieruit mee?

Deze uitspraak laat zien dat de enkele omstandigheid dat een werknemer klanten kent en aangenaam in de omgang is, onvoldoende grond biedt voor handhaving van een concurrentiebeding. Doorslaggevend is of de werknemer daadwerkelijk beschikt over specifieke, bedrijfsgevoelige informatie, zoals prijsafspraken, strategie of intensief klantcontact op beslissingsniveau, die een concurrent een voordeel zou opleveren. Contact met de eindgebruikers van een klant, zonder invloed op de klantrelatie zelf, is daarvoor onvoldoende

Voor werkgevers is van belang dat een functiewijziging op zichzelf niet snel tot verval van een concurrentiebeding leidt. Wel moet goed in kaart worden gebracht welke concrete kennis van een vertrekkende werknemer daadwerkelijk bescherming verdient, wil een beroep op het beding bij de rechter standhouden. Een geheimhoudingsbeding kan daarbij een aanvullend, gerichter instrument zijn.

Voor werknemers onderstreept deze zaak dat persoonlijke omstandigheden, zoals hier een chronische beperking die reizen bemoeilijkt, zwaar kunnen meewegen in de belangenafweging, naast de vraag of zij daadwerkelijk over bedrijfsgevoelige kennis beschikken.

Heeft u vragen over de geldigheid of reikwijdte van een concurrentiebeding, de gevolgen van een functiewijziging daarvoor, of een geschil met een (ex-)werknemer over concurrentie? Neem gerust contact op met onze arbeidsrechtadvocaten. Wij denken graag met u mee.

mr. Diederick P. Luijckx, advocaat

SPEE advocaten & mediation Maastricht