Als er binnen een onderneming besluiten moeten worden genomen, is het mogelijk dat een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft. Denk aan de situatie waarin de onderneming op het punt staat om een overeenkomst te sluiten met een contractspartij waarin de bestuurder aandelen heeft. In die situatie mag de bestuurder niet meebeslissen. Maar wie bepaalt nu eigenlijk óf de bestuurder een tegenstrijdig belang heeft? De Hoge Raad heeft zich hierover uitgesproken. Lees hier verder:
Wat zegt de wet over tegenstrijdig belang?
Bestuurders van een BV of NV moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming. Dat wordt echter lastig op het moment dat een bestuurder bij het nemen van een besluit ook zélf een belang heeft. Bijvoorbeeld als de vennootschap op het punt staat om een overeenkomst te sluiten met een andere partij, waarin de bestuurder aandelen houdt. Of indien er een overeenkomst wordt gesloten met een familielid van de bestuurder.
Ons ondernemingsrecht kent een oplossing voor die situatie: als een bestuurder een direct of indirect tegenstrijdig belang heeft, dan schrijft artikel 2:329 lid 6 BW voor dat die bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming. Indien hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen. Is die er niet, dan wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.
Achtergrond van de zaak bij de Hoge Raad
Bovenstaande regeling lijkt duidelijk. Maar daarmee is nog niet opgelost wíe er eigenlijk beslist of een bestuurder een tegenstrijdig belang heeft. In een zaak rondom flitsbezorger Getir, zaten de oprichters als niet-uitvoerend bestuurders in het bestuur. De vennootschap stevende af op faillissement. Bij de uitvoering van een reddingsoperatie kwam het eigen belang van de oprichters in het geding: zij moesten – in het belang van de vennootschap – een besluit nemen waarbij hun eigen belangen in het gedrang zouden komen.
De uitvoerende bestuurders kozen er daarom voor om de niet-uitvoerende bestuurders (de oprichters) uit te sluiten van de besluitvorming. De oprichters zagen dat anders: zij waren van mening dat zij zélf mochten besluiten of zij wel een tegenstrijdig belang hadden.
Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad stelt de oprichters in het ongelijk en geeft aan dat, in een geval als dit, waarin het bestuur uit meerdere personen bestaat en de vennootschap geen raad van commissarissen heeft, het op de weg ligt van de bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang om een zo groot mogelijke openheid te betrachten en dit mogelijke tegenstrijdige belang te melden aan zijn medebestuurders.
Het is dan, in geval van verschil van inzicht daarover, niet aan de betrokken bestuurder zelf, maar aan de andere bestuurders, om te beslissen of de betrokken bestuurder daadwerkelijk een tegenstrijdig belang heeft en daarom niet behoort deel te nemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp. Dat geldt ook indien de betrokken bestuurder aan zijn medebestuurders geen melding heeft gedaan van zijn mogelijke tegenstrijdige belang.
Indien de andere bestuurders oordelen dat de betrokken bestuurder wegens een tegenstrijdig belang niet aan de beraadslaging en besluitvorming behoort deel te nemen, dienen zij ervoor zorg te dragen dat de betrokken bestuurder ook daadwerkelijk niet aan de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp deelneemt.
De volledige uitspraak kunt u hier lezen: ECLI:NL:HR:2026:592, Hoge Raad, 25/01580
Conclusie
Kortom: het zijn de collega-bestuurders die besluiten of een bestuurder wordt uitgesloten van de beraadslaging en de besluitvorming, niet de bestuurder zelf. Bovendien heeft de bestuurder een actieve meldingsplicht.
Heeft u vragen over besluitvorming binnen de BV? Of heeft u andere ondernemingsrechtelijke vragen? De specialisten van SPEE advocaten & mediation staan u met raad en daad bij.
mr.dr. Martine E.V. van Krieken – Boersma, advocaat