Wetsvoorstel Zelfstandigenwet: wat betekent dit voor u?
Zoals u van ons gewend bent, houden wij u op de hoogte van alle ontwikkelingen rondom het thema “zzp, ja of nee?”. Deze maand is het wetsvoorstel Zelfstandigenwet in internetconsultatie gegaan. Wat houdt dit wetsvoorstel in? U leest het hier:
Waar gaat de wet over?
Het thema (schijn)zelfstandigheid houdt zowel werkenden als opdrachtgevers al de nodige jaren bezig. Momenteel worden arbeidsrelaties beoordeeld aan de hand van artikel 7:610 BW (arbeid, loon en gezag) en de criteria van de Hoge Raad uit de arresten Deliveroo en Uber.
Het nieuwe wetsvoorstel moet eindelijk rust brengen in de discussie rondom het werken als en met zzp’ers. Of dat daadwerkelijk gaat lukken is de vraag, want het wetsvoorstel brengt nu al de nodige pennen in beweging. De hoofdlijn van het wetsvoorstel is dat er twee toetsen zullen worden ingevoerd, om te bepalen of een werkende een “echte” zelfstandig ondernemer is (of toch een “gewone” werknemer): de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets.
Zelfstandigentoets
De zelfstandigentoets kijkt vooral naar de ondernemer zelf: het zelfstandig ondernemerschap van de werkende in brede zin. Daarbij worden drie criteria genoemd:
- De werkende heeft in de periode tot en met vorig kalenderjaar in totaal tenminste 3 opdrachtgevers
- De werkende besteedt een minimumbedrag aan voorzieningen tegen risico’s die horen bij het werken als zelfstandige. Het gaat dan om voorzieningen zoals verzekering voor (langdurige) arbeidsongeschiktheid, verzekering voor inkomensverlies door ziekte in de eerste twee jaar, pensioenvoorziening, bedrijfs/beroepsaansprakelijkheidsverzekering, bedrijfsschadeverzekering en rechtsbijstandverzekering. De regering gebruikt de internetconsultatie om input op te halen en in gesprek te gaan met stakeholders om een geschikt minimumbedrag vast te stellen. Dit is nu dus nog niet bekend, maar het uitgangspunt is dat er één uniform bedrag wordt gehanteerd, geen gestaffeld bedrag dat afhankelijk is van omzet of winst.
- De werkende heeft de basisvoorwaarden op orde om als zelfstandigete kunnen werken, zoals een actieve inschrijving in het Handelsregister, een actief btw-identificatienummer, een zakelijke bankrekening, facturatie aan opdrachtgevers, het hanteren van een krediet (zoals een betalingstermijn van 30 dagen) en het verrichten van betalingen aan derden uit hoofde van het bedrijf.
.
Werkrelatietoets
In tegenstelling tot de zelfstandigentoets bevat de werkrelatietoets alleen criteria die betrekking hebben op de specifieke relatie tussen de werkende en de opdrachtgever. In dit kader zijn vier criteria geformuleerd:
- De wil van partijen (om niet op basis van een arbeidsovereenkomst te werken)
- De vrijheid van organisatie van het werk: de opdrachtgever geeft geen aanwijzingen over hoe de werkzaamheden worden verricht.
- De vrijheid van organisatie van de werktijden en de werkplek
- Werken voor eigen rekening en risico
.
Om te voldoen aan de werkrelatietoets moet aan alle vier criteria worden voldaan.
Verhouding tussen beide toetsen
De vraag is nu hoe beide toetsen zich tot elkaar verhouden. Hiervoor is het onderstaande schema opgesteld, te vinden in de memorie van toelichting:

Dit maakt de situatie in onze optiek nog redelijk complex, en de vraag is of hiermee de jarenlange discussie inderdaad tot een einde zal komen, of niet. Immers, werkrelaties die de toetsen van de Zelfstandigenwet niet kunnen doorstaan, zijn niet automatisch arbeidsrelaties! Werkenden en opdrachtgevers hebben dan alleen niet de zekerheid van de “veilige haven” van de Zelfstandigenwet, maar er kan nog steeds sprake zijn van zelfstandig ondernemerschap! De werkrelatie moet dan volgens de bestaande regels worden beoordeeld.
Tot 29 oktober kan er online gereageerd worden op het wetsvoorstel. Onder meer de concept wettekst, het concept van de memorie van toelichting én de reeds ingediende reacties (en dat zijn er inmiddels honderden) kunt u hier lezen: Overheid.nl | Consultatie Zelfstandigenwet
Tot slot
Na afsluiting van de internetconsultatie kan het ministerie besluiten om het wetsvoorstel aan te passen. Daarna volgen het advies van de Raad van State en de reactie van het kabinet daarop. In 2027 wordt het wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer behandeld. Zodra er nieuws te melden is over de Zelfstandigenwet, hoort u dat uiteraard van ons. In de tussentijd blijven de bestaande regels gelden. Heeft u arbeidsrechtelijke vragen, neem dan gerust contact op met ons team van arbeidsrechtspecialisten.
mr.dr. Martine E.V. van Krieken – Boersma