8 jun 2026 Geen aansprakelijkheid zonder causaal verband: werknemer slaagt niet in bewijs van werkgerelateerde gezondheidsklachten

Werkgeversaansprakelijkheid voor gezondheidsschade staat of valt vaak met de vraag of een voldoende verband bestaat tussen de gestelde klachten en de werkzaamheden van de werknemer. In de uitspraak van 22 januari 2026 benadrukt de Rechtbank Amsterdam opnieuw het belang van dit causale verband. Hoe deze zaak verliep en wat dit voor u kan betekenen, leest u hier.

Wat speelde er?

Aan de procedure ging een langdurig conflict vooraf tussen werknemer en Shell over de arbeidsomstandigheden, beoordelingen van het functioneren en de begeleiding tijdens ziekte en re-integratie.

Werknemer, die tevens kampte met ernstige oogklachten, stelde dat hij gedurende langere tijd werd geconfronteerd met een onveilige werksfeer, onvoldoende ondersteuning vanuit zijn leidinggevenden en een volgens hem onterechte low rating tijdens zijn ziekteperiode. Volgens werknemer hadden deze omstandigheden geleid tot een burn-out en had Shell daarmee haar zorgplicht en de norm van goed werkgeverschap geschonden. Nadat interne trajecten en re-integratie-inspanningen niet tot een oplossing hadden geleid, stelde werknemer Shell aansprakelijk voor de door hem gestelde gezondheids- en vermogensschade.

Shell bestreed dat sprake was van een burn-out die door het werk was veroorzaakt en voerde aan dat een causaal verband tussen de klachten en de werkomstandigheden ontbrak.

Wat is het oordeel van de kantonrechter?

De kantonrechter wijst alle vorderingen van de werknemer af. Volgens de rechtbank heeft de werknemer onvoldoende onderbouwd dat hij een werkgerelateerde burn-out heeft ontwikkeld en dat Shell aansprakelijk kan worden gehouden voor de door hem gestelde schade.

Het oordeel rust op drie pijlers: (i) het bestaan van een burn-out is onvoldoende aangetoond, (ii) het vereiste causaal verband ontbreekt en (iii) van een schending van de zorgplicht door de werkgever is niet gebleken.

Geen vastgestelde burn-out

De werknemer baseert zijn stellingen voornamelijk op een rapport van een door hem ingeschakelde bedrijfsarts. De kantonrechter kent aan dit rapport echter beperkte bewijskracht toe.

Daarbij wordt van belang geacht dat het rapport grotendeels is gebaseerd op de eigen verklaringen van de werknemer en dat geen overleg heeft plaatsgevonden met Shell, de bedrijfsarts van Shell of andere betrokkenen. Bovendien volgt uit de beschikbare medische informatie niet dat daadwerkelijk een medische diagnose burn-out is gesteld.

Reeds daarom acht de kantonrechter onvoldoende aangetoond dat sprake is geweest van de door de werknemer gestelde beroepsgerelateerde burn-out.

Ontbreken van causaal verband tussen klachten en werkzaamheden

Zelfs indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van een burn-out, is volgens de kantonrechter onvoldoende komen vast te staan dat deze klachten zijn veroorzaakt door de arbeidsomstandigheden bij Shell. De rechtbank benadrukt dat psychische klachten vaak een multicausale achtergrond hebben.

Uit het dossier blijkt dat naast de werksituatie ook andere factoren een rol kunnen hebben gespeeld, waaronder de langdurige oogproblematiek van de werknemer, de medische behandelingen die daarmee gepaard gingen en een ingrijpend brandincident in de privésfeer.

Tegen deze achtergrond heeft de werknemer onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat zijn klachten in overwegende mate aan de werkomstandigheden kunnen worden toegeschreven. Daarmee ontbreekt een essentieel vereiste voor aansprakelijkheid van de werkgever.

Geen schending van de zorgplicht door Shell

Ook de verwijten die de werknemer maakt ten aanzien van de werkomstandigheden slagen niet. De kantonrechter acht onvoldoende aannemelijk dat sprake is geweest van structureel pestgedrag, intimidatie of een sociaal onveilige werkomgeving.

Hoewel uit het dossier blijkt van spanningen en meningsverschillen op de werkvloer, kunnen deze omstandigheden niet zonder meer worden aangemerkt als ongewenst of grensoverschrijdend gedrag waarvoor de werkgever verantwoordelijk is. Evenmin blijkt dat Shell signalen van dergelijke problemen heeft genegeerd.

Daarnaast verwerpt de kantonrechter de klacht dat Shell tijdens de ziekteperiode een onterechte negatieve beoordeling heeft gegeven. De werkgever mocht het functioneren van de werknemer beoordelen over de periode waarin werkzaamheden zijn verricht en heeft daarbij voldoende rekening gehouden met diens medische situatie. Van strijd met goed werkgeverschap of schending van de zorgplicht is daarom geen sprake.

De volledige uitspraak leest u hier.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt dat werknemers die hun werkgever aansprakelijk stellen voor psychische klachten niet kunnen volstaan met het aannemelijk maken van een belastende werksituatie. Zij zullen ook moeten onderbouwen dat sprake is van een medisch vastgestelde aandoening én dat een voldoende causaal verband bestaat tussen de klachten en de werkzaamheden.

Met name bij psychische klachten, die vaak meerdere oorzaken kennen, blijft dit causale verband een belangrijk struikelblok. De kantonrechter laat zien dat ook andere omstandigheden, zoals medische problematiek of gebeurtenissen in de privésfeer, bij de beoordeling worden betrokken.

Voor werkgevers is de uitspraak van belang omdat zij bevestigt dat niet ieder arbeidsconflict, elke negatieve beoordeling of elke ervaren onveilige werksituatie automatisch leidt tot aansprakelijkheid. Het bewijs van een werkgerelateerde oorzaak blijft een essentieel vereiste.

Heeft u vragen over wanneer er sprake is van een causaal verband, een zorgplicht of werkgeversaansprakelijkheid? Neem gerust contact op met de arbeidsrechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation. Wij denken graag met u mee.

SPEE advocaten & mediation Maastricht