16 jul 2026 Echtelijke woning verkopen of aanhouden na scheiding? De rechter beslist op basis van belangenafweging

In de praktijk levert de verdeling van de gezamenlijke woning bij een echtscheiding regelmatig geschillen op. In een recente uitspaak van de Rechtbank Rotterdam van 29 april 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:6252) wordt beslist dat de woning na het verloop van 2 jaren nog eens 2 jaren onverdeeld zal blijven.

Wat speelde er in deze zaak?
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2022 gescheiden. Bij de echtscheiding hebben zij afgesproken dat hun woning gezamenlijk eigendom blijft en dat de man – met uitsluiting van de vrouw – in ieder geval nog 2 jaren in de woning mag blijven wonen. De vrouw woont sindsdien in een huurwoning. De woning is gefinancierd met een hypothecaire geldlening, waarvoor partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn. Op de woning zit een overwaarde (dit wil zeggen dat de huidige waarde van de woning hoger is dan de hypotheekschuld). Voor de rest zijn alle goederen tussen partijen verdeeld.

Inmiddels zijn de 2 jaren dat de woning onverdeeld zou blijven voorbij. Geen van de partijen wil de woning toegedeeld krijgen. De vrouw wil dat de woning wordt verkocht aan een derde. De man wil dat de woning voor nog eens 3 jaren onverdeeld blijft zodat hij de tijd heeft om met de kinderen een nieuwe woning te zoeken. De man is al geruime tijd aantoonbaar op zoek naar vervangende woonruimte, maar dat is tot nu toe niet gelukt.

Het belang van de vrouw bij verdeling bestaat eruit dat zij door verkoop van de woning kan beschikken over haar deel in de overwaarde, dat zij hierdoor zelf een woning kan kopen en dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. Hoofdelijke aansprakelijk wil zeggen dat elke schuldenaar afzonderlijk verantwoordelijk is voor de volledige nakoming van een schuld.

De man heeft er juist belang bij dat hij met de kinderen in de woning kan blijven wonen totdat hij vervangende woonruimte heeft gevonden. Hierbij is van belang dat de man ernstige gezondheidsproblemen heeft en dat hij naar verwachting nog maximaal een jaar moet revalideren. De zoon van partijen heeft op dit moment behoefte aan een stabiele woonsituatie. Voor hem is van belang dat hij het komende jaar zonder verhuizing het schooljaar kan doorlopen.

Juridisch kader
Door de echtscheiding is de gemeenschap van goederen tussen partijen in 2022 ontbonden. Aangezien de woning niet is verdeeld, valt deze in de onverdeelde huwelijksgemeenschap, samen met de hypotheekschuld.

In de wet staat beschreven dat ieder van de deelgenoten altijd verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen. En ook uit geldende jurisprudentie blijkt dat in beginsel niemand in een onverdeeldheid hoeft te blijven. Er staat echter ook in de wet dat als de belangen van iemand ernstig worden geschaad door de verdeling, de rechter de verdeling voor ten hoogste 3 jaren kan uitstellen. Dit wordt enkel in uitzonderingssituaties toegewezen. De rechter zal dan een belangenafweging maken. Hoofdregel is over het algemeen dat er verdeeld moet worden. Het komt niet vaak voor dat de rechter de omstandigheden zo bijzonder vindt dat er nog niet verdeeld wordt.

Hoe oordeelt de rechter in deze zaak?
Het is voor de rechter duidelijk dat partijen beiden een groot belang hebben. De rechter oordeelt dat het belang van de man groter is dan het belang van de vrouw en dat de woning voor nog eens 2 jaren onverdeeld zal blijven.

Doordat de verdeling van de woning zal worden uitgesloten voor de duur van 2 jaren, heeft de man meer tijd om vervangende woonruimte te vinden en kan hij tijdens deze periode ook herstellen van zijn gezondheidsproblemen en revalideren. De zoon van partijen krijgt de gelegenheid om in rust zijn schooljaar af te ronden.

De vrouw kan in haar huidige huurwoning blijven wonen. Zij heeft aangegeven dat zij een woning wil kopen als dit financieel mogelijk is. Gelet op de huidige overwaarde van de woning is het echter niet waarschijnlijk dat zij met de helft van die overwaarde makkelijk een woning kan kopen. De man betaalt de kosten van de echtelijke woning. De vrouw betaalt hieraan niets. Daarbij komt dat de vrouw, als de woning uiteindelijk wordt verkocht, zal meedelen in de na de peildatum (2022) gerealiseerde overwaarde.

De rechtbank gaat ervan uit dat de man zich gedurende de periode van het uitstel zal blijven inspannen om de aangevraagde urgentieverklaring te krijgen en vervangende woonruimte te vinden. Als de man vóór het eind van de 2 jaren een vervangende woning heeft gevonden, kunnen partijen eerder overgaan tot verkoop van de woning. In dat geval geldt dat de netto-opbrengst van de verkoop (de verkoopsom van de woning minus de aflossing van de hypotheek en na betaling van de verkoopkosten) tussen partijen wordt verdeeld.

De rechter geeft nog aan dat na het verstrijken van 2 jaren – bij de huidige stand van zaken – het belang van de vrouw bij verdeling voorop komt te staan.

Conclusie
De uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 29 april 2026 laat zien dat de rechter een belangenafweging maakt bij de beoordeling of een echtelijke woning onverdeeld mag blijven of verkocht dient te worden. Hierbij zijn de omstandigheden van het geval van belang. Om te beoordelen welke omstandigheden in een dergelijke situatie van belang zijn, is het aan te raden om hierbij juridisch advies van een in het familierecht gespecialiseerde advocaat in te winnen.

Bij SPEE advocaten & mediation hebben wij ruime ervaring in het familierecht. Wij begeleiden cliënten in Maastricht en daarbuiten met deskundig en betrokken advies. Heeft u vragen over het onverdeeld laten van de echtelijke woning danwel verkoop hiervan of wilt u weten wat deze uitspraak voor uw situatie kan betekenen, neem dan gerust contact met ons op.

mr. Patty Wetzels, advocaat

SPEE advocaten & mediation Maastricht