7 mei 2026 Verkoop van de echtelijke woning zonder toestemming: wat zijn uw rechten?

Stel dat u na een periode van huwelijksproblemen ontdekt dat uw partner een koopovereenkomst heeft gesloten voor de gezamenlijke woning, zonder dat u daarvoor toestemming heeft gegeven. Wat kunt u doen? En wat als diezelfde overeenkomst ook betrekking heeft op bedrijfspanden die niet als echtelijke woning kwalificeren? De Hoge Raad gaf op 17 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:681) een belangrijk antwoord op deze vragen en verduidelijkte de reikwijdte van het wettelijke toestemmingsvereiste bij de vervreemding van de echtelijke woning.

Het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW

In het Nederlandse familierecht geldt voor bepaalde rechtshandelingen een toestemmingsvereiste: een echtgenoot heeft de schriftelijke toestemming nodig van zijn of haar partner om rechtsgeldig te kunnen handelen. Dit vereiste is neergelegd in artikel 1:88 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De ratio hiervan is de bescherming van de gezinswoning en het gezinsbelang. Zonder de toestemming van beide partners kan de echtelijke woning in beginsel niet worden verkocht, geschonken of anderszins vervreemd.

Artikel 1:88 lid 1 sub a BW bepaalt concreet dat een echtgenoot de toestemming van de andere echtgenoot behoeft voor overeenkomsten die strekken tot vervreemding, bezwaring of ingebruikgeving van een goed dat als echtelijke woning dient dan wel van het huurrecht op zodanige woning. Dit geldt ongeacht of er sprake is van een huwelijksgemeenschap of huwelijkse voorwaarden. Het gaat immers niet om de bescherming van het gemeenschappelijke vermogen, maar om de bescherming van de gezinswoning als zodanig.

De feiten in deze zaak: een koopovereenkomst zonder medeweten

In de zaak die leidde tot het arrest van 17 april 2026 had een echtgenoot een koopovereenkomst gesloten voor zowel de echtelijke woning als een aantal bedrijfspanden, zonder de vereiste toestemming van zijn partner. De vrouw ontdekte de overeenkomst toen zij een conceptkoopakte aantrof met haar naam en handtekening, die zij echter nooit had gezet. Zij liet vervolgens via haar advocaat de koopovereenkomst buitengerechtelijk vernietigen op grond van de artikelen 1:88 en 1:89 BW.

De koper verzette zich tegen de integrale vernietiging en betoogde dat de overeenkomst voor zover deze de bedrijfspanden betrof in stand moest blijven. Het gerechtshof oordeelde dat de vernietiging op grond van artikel 1:89 BW slechts gedeeltelijk werkte: uitsluitend voor het deel van de overeenkomst dat zag op de echtelijke woning. Voor de bedrijfspanden bleef de koopovereenkomst geldig. De Hoge Raad werd vervolgens gevraagd te oordelen over de vraag of het hof aldus buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden.

Het oordeel van de Hoge Raad: partiële nietigheid is mogelijk

De Hoge Raad bevestigde de benadering van het gerechtshof. Centraal stond het leerstuk van de partiële nietigheid, neergelegd in artikel 3:41 BW. Dit artikel bepaalt dat indien een grond van nietigheid of vernietigbaarheid slechts een deel van de rechtshandeling betreft, de rechtshandeling voor het overige in stand blijft, mits dit, gelet op inhoud en strekking van de rechtshandeling, niet in onverbrekelijk verband staat met het nietige of vernietigde deel.

In de onderhavige zaak oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht tot de conclusie was gekomen dat de vernietiging op grond van artikel 1:89 BW alleen het deel van de overeenkomst raakte dat betrekking had op de echtelijke woning. Het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW geldt immers niet voor bedrijfspanden als zodanig. De overeenkomst voor de bedrijfspanden kon daarom in stand blijven, voor zover die gedeelten als zelfstandig beschouwd konden worden en niet onverbrekelijk verbonden waren met het nietige gedeelte.

Artikel 1:89 BW: de vernietigingsactie in de praktijk

Artikel 1:89 BW geeft de echtgenoot wiens toestemming ontbrak het recht de rechtshandeling te vernietigen. Deze vernietiging kan buitengerechtelijk geschieden, door middel van een schriftelijke verklaring, óf via een rechterlijke uitspraak.

Belangrijk is dat de vernietigingsbevoegdheid een vervaltermijn kent: op grond van artikel 1:89 lid 2 BW vervalt het recht op vernietiging drie jaar nadat de bevoegde echtgenoot kennis heeft gekregen van de rechtshandeling. Dit benadrukt het belang van tijdig optreden. Wie na het ontdekken van een zonder toestemming gesloten transactie te lang wacht, kan zijn of haar recht om te vernietigen definitief verliezen.

Praktische betekenis: wanneer speelt dit bij u?

Dit arrest is voor de praktijk in meerdere opzichten van groot belang. In de eerste plaats verduidelijkt het dat het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW beperkt is tot de echtelijke woning. Heeft een echtgenoot naast de gezinswoning ook een vakantiehuisje, bedrijfspanden of beleggingsobjecten, dan is voor de verkoop daarvan in beginsel geen toestemming van de andere echtgenoot nodig, tenzij die panden ook als echtelijke woning worden gebruikt of er andere gronden zijn voor het toestemmingsvereiste.

In de tweede plaats maakt de Hoge Raad duidelijk dat partiële vernietiging een realistisch scenario is. Een koopovereenkomst die zowel de echtelijke woning als andere onroerende zaken omvat, hoeft niet in zijn geheel te worden vernietigd. Dit stelt de rechter in staat om de gerechtvaardigde belangen van derden, zoals de koper, te beschermen, terwijl tegelijkertijd de bescherming van de gezinswoning overeind blijft.

In de derde plaats biedt de uitspraak houvast bij echtscheidingssituaties waarbij snel gehandeld moet worden. Als u er tijdens een (aanstaande) echtscheiding achter komt dat uw partner eigenmachtig transacties heeft verricht die uw toestemming vereisten, is snelheid geboden. De verjarings- en vervaltermijnen lopen door, ook als u nog in onderhandeling bent over de boedelscheiding.

Conclusie

Het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2026 bevestigt dat de toestemmingsbescherming van artikel 1:88 lid 1 sub a BW uitsluitend geldt voor de echtelijke woning en niet automatisch voor andere onroerende zaken die deel uitmaken van dezelfde koopovereenkomst. Dankzij het leerstuk van partiële nietigheid (artikel 3:41 BW) kan een overeenkomst voor het gedeelte van de echtelijke woning worden vernietigd, terwijl het resterende gedeelte, als dat zelfstandig te beschouwen is, in stand blijft. Voor echtgenoten in een kwetsbare situatie onderstreept dit arrest het belang van tijdig juridisch advies: zodra u vermoedt dat uw partner een overeenkomst heeft gesloten die uw toestemming vereiste, is direct optreden noodzakelijk om uw rechten te beschermen.

Heeft u vragen over de verkoop of vervreemding van de echtelijke woning, of vermoedt u dat er zonder uw toestemming rechtshandelingen zijn verricht met betrekking tot uw gezinswoning? Neem dan contact op met een van de familierechtadvocaten bij SPEE advocaten & mediation. Zij adviseren en begeleiden u deskundig bij alle vraagstukken op het gebied van familierecht, waaronder de bescherming van uw rechten rondom de echtelijke woning.

SPEE advocaten & mediation Maastricht