Bij de rechtbank in Den Haag speelde vorige maand een kwestie waarbij een verzoek tot vervangende machtiging moest worden beoordeeld voor het plaatsen van o.a. een scootmobiel in een gemeenschappelijke ruimte van een appartementencomplex. De VvE vond dat er betere alternatieven voor de plaatsing van het hulpmiddel beschikbaar waren. Werd de vervangende machtiging verleend?
De feiten
De verzoekende partij was sinds 2008 eigenaar van een appartementsrecht met een eigen parkeerplaats in de overdekte en afgesloten parkeergarage.
In de splitsingsakte was o.a. opgenomen dat de fietsenberging en de ruimte voor de vuilcontainers behoren tot de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE. Verder was bepaald dat iedere eigenaar het recht van medegebruik heeft van de gemeenschappelijke gedeelten en dat het niet is toegestaan voertuigen te plaatsen op of in de gemeenschappelijke gedeelten die daarvoor niet zijn bestemd behoudens na toestemming van de VvE.
Door een progressieve ziekte was de verzoekende partij in de loop der jaren afhankelijk geworden van hulpmiddelen zoals een scootmobiel, rollator, driewielfiets en een elektrische rolstoel. In 2011 had hij van de VvE toestemming gekregen om zijn scootmobiel in de gemeenschappelijke containerruimte te plaatsen omdat hij zijn parkeerplaats gebruikte voor zijn auto. In 2012 werd het huishoudelijk reglement door de VvE uitgebreid met regels omtrent het stallen van hulpmiddelen. Uitgangspunt was het plaatsen van het hulpmiddel op de eigen parkeerplaats. De VvE kon binnen het gebouw gemeenschappelijke ruimtes beschikbaar stellen en per gebouw konden bewoners onderling afspraken maken over de toedeling van de beschikbare plaatsen. Wanneer er geen overeenstemming bereikt werd zou toewijzing geschieden op basis van een aantal criteria (Wmo-indicatie en één hulpmiddel per bewoner). Een gegeven toestemming kon door de VvE worden herroepen als er hinder zou optreden, de gemeenschappelijke ruimte nodig was voor gemeenschappelijke voorzieningen of als het hulpmiddel niet of nauwelijks werd gebruikt.
In 2023 verzocht de VvE om de twee hulpmiddelen (scootmobiel en driewielfiets) op de eigen parkeerplaats in de garage te plaatsen omdat de verzoekende partij niet meer in het bezit was van een auto. Door de verzoekende partij werd vervolgens in 2025 een schriftelijk verzoek ingediend om toestemming te geven voor het stallen van beide hulpmiddelen in de containerruimte, dan wel de scootmobiel in de containerruimte en de driewielfiets in fietsenberging. Dit omdat door de ergotherapeut onder meer was geadviseerd dat de scootmobiel en de driewielfiets makkelijk met de rollator te bereiken moest zijn, het liefst op een zo kort mogelijke afstand van de woning. Daarnaast moest de rollator naast de scootmobiel of de driewielfiets geplaatst kunnen worden om een veilige transfer mogelijk te maken, met ruimte om de rollator te draaien. De locatie moest een zo vlak mogelijke ondergrond hebben, de toegangsdeuren moesten makkelijk of automatisch te openen zijn en er moest een oplaadpunt aanwezig zijn.
Het verzoek werd door de VvE afgewezen.
De verzoekende partij was het hier niet mee eens en stapte naar de kantonrechter.
Standpunten van partijen
Door de verzoekende partij werd aan de kantonrechter gevraagd om vervangende machtiging (artikel 5:121 BW) te verlenen voor het plaatsen van de scootmobiel en de driewielfiets in de containerruimte, (subsidiair de fiets in de fietsenberging) waarbij de kasten in die ruimte verplaatst moesten worden zodat er voldoende ruimte zou zijn om de transfer van de rollator naar de hulpmiddelen te maken. Het weigeren van een van de twee verzochte opties, die door de ergotherapeut als geschikt waren bevonden, zou zonder redelijke grond zijn gebeurd. De vrijheid van de VvE bij het nemen van een besluit zou bovendien worden begrensd door de regeling van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH), waaruit zou voortvloeien dat toestemming niet mag worden geweigerd als er, objectief bezien, geen geschikte alternatieve stallingsmogelijkheden zijn.
Volgens de VvE waren de containerruimte en fietsenberging niet geschikt voor het stallen van (meerdere) hulpmiddelen omdat die te krap zijn om te kunnen manoeuvreren en waren er geschiktere alternatieven om die hulpmiddelen te stallen en dan met name de eigen parkeerplaats in de garage. Daarnaast zou het exclusief in gebruik geven van een gemeenschappelijk gedeelte in strijd zijn met de splitsingsakte.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter wees de gevraagde machtiging af.
Vooropgesteld werd, dat de vrijheid die de VvE toekomt bij beslissingen omtrent het mogen plaatsen van een hulpmidddel in het gemeenschappelijke gedeelte, wordt begrensd door artikel 6b onder d van de WGBH: de toestemming mag niet worden geweigerd als er geen alternatieve stallingsmogelijkheden zijn. Deze alternatieven dienen – objectief bezien – redelijkerwijs geschikt te zijn. In beginsel speelt daarbij geen rol of de verzoekende partij ze zelf geschikt vindt, dan wel het eigen alternatief wenselijker acht. Daarnaast achtte de kantonrechter van belang dat de VvE met het huishoudelijk reglement als uitgangspunt had genomen dat hulpmiddelen in de eerste plaats gestald moesten worden op de eigen parkeerplaats. Pas als dat niet mogelijk is komen andere locaties in beeld. In dat licht moest de alternatieve stallingslocatie van de VvE dan ook worden bezien.
Verder diende de aanvaardbaarheid van mogelijke alternatieven te worden beoordeeld vanuit het perspectief van de gehandicapte of chronisch zieke om wie het gaat. Beoordeeld moest worden of de alternatieven, gelet op de aard van de handicap of ziekte en de daaruit voortvloeiende beperkingen, zowel de huidige als de toekomstige zoals die bij een progressieve aandoening zijn te verwachten, voor de verzoekende partij fysiek haalbaar zijn.
Een dergelijke beoordeling kan alleen worden gemaakt met voldoende kennis van en ervaring met het desbetreffende ziektebeeld en de daarbij horende beperkingen.
De kantonrechter hechtte dan ook veel waarde aan de overgelegde uitgangspunten en bevindingen van de ergotherapeut.
Hoewel de ergotherapeut meerdere opties had bekeken, viel op dat de eigen parkeerplaats daarin niet als optie was meegenomen. Uit de rapportage maakte de kantonrechter op, dat van de opties die de ergotherapeut had onderzocht eigenlijk geen één echt geschikt was. De containerruimte was als de meest geschikte locatie genoemd, maar had als nadeel dat er een schuine helling is en de deur lastig te openen is. Kijkend naar de uitgangspunten die de ergotherapeut had geformuleerd kwam volgens de kantonrechter de eigen parkeerplaats als het meest geschikt naar voren. Mocht de afstand van de toegangsdeur tot aan de parkeerplaats te groot zijn, dan had een medebewoner zich bereid verklaard om zijn parkplaats te ruilen met die van de verzoekende partij. Deze parkeerplaats was schuin tegenover de ingang van de parkeergarage vanuit de hal met de lift. Daarmee werd voldaan aan de zo kort mogelijke afstand vanaf de woning. De parkeerplaats bood bovendien voldoende ruimte om de gewenste transfer van en naar de rollator te kunnen maken. De ondergrond van de garage was vlak en volledig waterpas. De toegangsdeur naar de garage was geautomatiseerd en het aanbrengen van een oplaadpunt was geen obstakel, omdat dat ook bij de containerruimte zou moeten plaatsvinden.
Door de verzoekende partij werd nog aangevoerd dat hij bang was voor vernielingen en of diefstal van de op zijn parkeerplaats achtergelaten hulpmiddelen maar dat achtte de kantonrechter niet van doorslaggevend belang omdat de garage was afgesloten van het openbare gebied en er in al die jaren slechts één incident had plaatsgevonden. Bovendien zijn er mogelijkheden om diefstal te voorkomen dan wel te bemoeilijken.
Conclusie
De kantonrechter was dan ook van oordeel dat de verzoekende partij onvoldoende had aangetoond dat de eigen parkeerplaats geen redelijk alternatief was en dat niet was gebleken dat de VvE zonder redelijke grond het verzoek had geweigerd.
De vrijheid die een VvE heeft om toestemming te weigeren is gezien het voorgaande zeer beperkt. Van belang is om, indien mogelijk, goed te motiveren dat er objectief bezien een geschikte alternatieve stallingsmogelijkheid is.
Wilt u meer weten of heeft u vragen over uw positie als appartementseigenaar of andere VvE kwesties? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Wij zijn u graag van dienst!