U heeft het vast niet gemist: het is weer aangifteseizoen. Velen van ons kunnen daarbij wel wat deskundige hulp gebruiken. Arbeidsrechtelijk gezien kan dat tot interessante vragen leiden. Deze week bespreken we een zaak waarin een medewerker van de Belastingdienst ook in de avonduren met aangiftes aan de slag ging. Hoe dat is afgelopen, leest u hier:
Waar gaat de zaak over?
Werknemer werkt sinds maart 1982 bij de Belastingdienst en behandelt onder meer aangiften van buitenlandse belastingplichtigen. Naar aanleiding van een melding werd na onderzoek bekend dat de werknemer in de avonduren, tegen betaling, belastingaangiftes verzorgde voor derden. Verzwarende omstandigheid is dat de werknemer daarvoor de systemen van de Belastingdienst geraadpleegd heeft.
Na dit onderzoek vond een gesprek plaats tussen werknemer, teamleider, de unitdirecteur en een O&P-adviseur. In dit gesprek heeft werknemer verklaard dat hij meermaals fiscaal advies heeft gegeven aan twee personen, waarvoor hij de systemen van zijn werkgever heeft geraadpleegd, dat hij een paar keer betaald is voor zijn diensten (€60 per keer), en dat hij de vader van zijn stiefdochter, zijn vader en moeder en familie heeft geholpen met de belastingaangifte en verder niemand.
Werknemer heeft vervolgens een brief ontvangen van de Staat, waarin stond vermeld dat hij geschorst is in het belang van de organisatie wegens een vermoeden van een ernstige integriteitsschending. Hierop is de Staat een ontbindingsprocedure gestart bij de rechter, met als grondslag ernstig verwijtbaar handelen. Merkwaardig genoeg heeft werknemer geen verweer gevoerd en is hij ook niet op de mondelinge behandeling verschenen, hoewel hij wel om uitstel daarvan heeft verzocht.
Wat is het oordeel van de rechter?
Hoewel rechters hoge eisen stellen aan ontslag wegens ernstig verwijtbaar handelen, oordeelt deze rechter dat uit de feiten blijkt dat er wel degelijk sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer.
De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, en wel met onmiddellijke ingang. Hij stelt vast dat werknemer in strijd met het verbod op nevenwerkzaamheden heeft gehandeld door meerdere personen fiscaal advies te geven. Dergelijk fiscaal advies mocht werknemer zonder toestemming niet geven. De Staat heeft daaraan toegevoegd dat zij deze toestemming ook niet zou hebben verleend indien hierom was gevraagd: deze nevenwerkzaamheden zijn onverenigbaar met het zijn van ambtenaar bij de belastingdienst. Daarnaast weegt mee dat werknemer onbevoegd de systemen van de Belastingdienst heeft geraadpleegd en de daarbij verkregen informatie heeft gebruikt voor zijn fiscaal advies.
De rechter is van oordeel dat het gedrag van werknemer een ernstige miskenning is van de aan hem te stellen hoge integriteitsnormen. Hieruit volgt dat het handelen van deze werknemer niet zomaar verwijtbaar is, maar voldoet aan de normen van ernstig verwijtbaar handelen. Dit heeft voor de werknemer – met een dienstverband van bijna 44 jaar – zware consequenties: omdat de arbeidsovereenkomst is ontbonden vanwege ernstig verwijtbaar handelen heeft hij geen recht op een transitievergoeding en wordt er geen rekening gehouden met de gebruikelijke opzegtermijn.
De volledige uitspraak kunt u hier teruglezen.
Conclusie
Deze uitspraak laat zien dat het zonder toestemming verrichten van nevenwerkzaamheden, in strijd met interne regels, en het raadplegen van systemen voor privézaken vérstrekkende gevolgen kan hebben voor werknemers, ook na een zeer lang dienstverband.
Voor werkgevers onderstreept deze uitspraak het belang van duidelijke regels over nevenwerkzaamheden en een consequente handhaving daarvan. Hoewel werkgevers een objectieve rechtvaardigingsgrond moeten hebben om nevenwerkzaamheden te verbieden, is de bescherming van de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie voldoende grond voor zo’n verbod.
Heeft u vragen over het opstellen, handhaven of toetsen van het nevenwerkzaamhedenbeding of integriteitsvoorschriften? De arbeidsrechtspecialisten van SPEE advocaten & mediation zijn u graag van dienst!