13 feb 2026 De Hoge Raad oordeelt: wordt er bij de berekening van de billijke vergoeding rekening gehouden met de WW-uitkering?

Op 6 februari jl. heeft de Hoge Raad een belangrijke arbeidsrechtelijke beschikking gewezen. Hierin is geoordeeld dat het mogelijk is om bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding, de WW-uitkering die een voormalige werknemer zou kunnen ontvangen, daarop in mindering te brengen. Meer hierover leest u hier:

Waar gaat de zaak over?

Bij verzoekschrift heeft Stichting Antonius Zorggroep de rechtbank Noord-Nederland verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding en te verklaren voor recht dat de betreffende werkneemster geen recht heeft op een billijke vergoeding, omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door Antonius. Werkneemster heeft daarentegen onder meer gesteld dat het ontbindingsverzoek moet worden afgewezen en verzocht om het toekennen van een fikse billijke vergoeding.

Bij beschikking van 8 mei 2024 heeft de rechtbank de arbeidsovereenkomst ontbonden en Antonius veroordeeld om, naast de transitievergoeding, aan werkneemster een billijke vergoeding ter hoogte van drie jaarsalarissen (in totaal € 443.916,- bruto) te voldoen, gelet op ernstig verwijtbaar handelen van werkgever, namelijk het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen. Daarbij worden onder meer de situatie op de arbeidsmarkt en de kansen op het vinden van een vergelijkbare baan meegewogen.

Antonius heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daarbij heeft Antonius onder meer aangevoerd dat bij het bepalen van de billijke vergoeding ten onrechte geen rekening is gehouden met het recht van werkneemster op een WW-uitkering gedurende 24 maanden. Bij beschikking van 18 november 2024 heeft het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigd, waar het gaat om de door werkgever te betalen billijke vergoeding.

Het hof acht het namelijk redelijk om de WW-uitkering die de werkneemster in deze periode heeft kunnen ontvangen in mindering te brengen op de billijke vergoeding. De hoogte daarvan moet worden bepaald op een wijze en een niveau waarmee wordt aangesloten bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval.

Wat was het oordeel van de Hoge Raad?

De Hoge Raad oordeelt dat het feit dat het hof bij bepalen van de billijke vergoeding de mogelijke WW-uitkering op het gederfde loon in mindering heeft gebracht, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof heeft niet alleen rekening gehouden met de nadelen van het einde van het dienstverband (verlies van het loon) maar ook met de eventuele voordelen (zoals het recht op een uitkering of de mogelijkheid andere inkomsten te verwerven) die daarmee voldoende samenhangen. In welke mate de aldus vastgestelde gevolgen de hoogte van de billijke vergoeding bepalen, zal mede afhangen van de aanwezigheid van andere omstandigheden die bij het vaststellen van de vergoeding van belang zijn. Daarbij kan ook meewegen of de werknemer wordt benadeeld in mogelijke toekomstige rechten op een werkloosheidsuitkering.

De volledige uitspraak kunt u hier teruglezen.

Conclusie

Deze zaak laat zien dat de WW-rechten van een werknemer wel degelijk meegewogen mogen worden bij de berekening van de billijke vergoeding.

Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad wisten we al dat de rechter de billijke vergoeding dient te bepalen op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. Bij zijn motivering dient de rechter inzicht te geven in de omstandigheden die tot de beslissing over de hoogte van de vergoeding hebben geleid. Bij billijke vergoedingen die zijn gebaseerd op ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever, gaat het uiteindelijk erom dat de werknemer voor dit ernstig verwijtbaar handelen of nalaten wordt gecompenseerd. Daarbij kan rekening worden gehouden met inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst op een later moment zou zijn geëindigd, met eventueel ander werk dat de werknemer inmiddels heeft gevonden, en met de inkomsten die hij daaruit dan geniet, en met de (andere) inkomsten die de werknemer in redelijkheid in de toekomst kan verwerven.

Inmiddels is dus ook duidelijk dat de mogelijke WW-uitkering wel degelijk op het gederfde loon in mindering mag worden gebracht. Dit geeft voor zowel werkgevers als werknemers duidelijkheid in toekomstige procedures en natuurlijk ook in de onderhandelingen die daar waarschijnlijk aan voorafgaan.

Bij SPEE advocaten & mediation staan wij klaar om u te adviseren over de implicaties van (voorgenomen) ontslag. Onze specialisten arbeidsrecht kunnen u helpen bij het navigeren door deze complexe materie en een inschatting maken van uw rechtspositie. De hoogte van een eventuele billijke vergoeding is daar uiteraard een onderdeel van.

SPEE advocaten & mediation Maastricht