Vergoedingsrechten bij partners kunnen ontstaan als er een verschuiving plaatsvindt van het ene vermogen naar het andere vermogen. Bijvoorbeeld wanneer één van de partners met privé vermogen investeert in een goed dat (deels) aan de andere partner in eigendom toebehoort of met privé vermogen een schuld van de andere partner aflost. De persoon die heeft betaald kan aanspraak maken op terugbetaling.
Voor gehuwden en geregistreerde partners zijn de vergoedingsrechten wettelijk geregeld, voor samenwoners niet. Toch kunnen er vergoedingsrechten tussen samenwoners ontstaan op basis van tussen hen gemaakte afspraken, bijvoorbeeld vastgelegd in een samenlevingscontract. Ook kunnen vergoedingsrechten voortvloeien uit het algemene verbintenissenrecht, zoals ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling.
Binnen welke termijn moet u aanspraak maken op vergoedingsrechten?
Ook hier wordt er weer onderscheid gemaakt tussen gehuwden / geregistreerde partners enerzijds en samenwoners anderzijds.
In de wet is bepaald dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit een overeenkomst verjaart na verloop van vijf jaar na de dag waarop de vordering opeisbaar is geworden.
Bij een huwelijk of een geregistreerd partnerschap is in de wet geregeld dat de verjaringstermijn wordt verlengd tot zes maanden na de echtscheiding. De wetgever vond dat van gehuwden / geregistreerde partners in alle redelijkheid niet kan worden verwacht dat zij tijdens hun huwelijk / geregistreerd partnerschap vergoedingsrechten jegens de andere echtgenoot inroepen. Immers, in veel gevallen zal het inroepen van vergoedingsrechten de relatie schade toebrengen.
De wet kent een dergelijke regeling niet voor ongehuwde samenwoners. Als samenwoners dan hierover niets hebben geregeld in een samenlevingsovereenkomst, betekent dit dat de verjaringstermijn van vijf jaren begint te lopen de dag nadat de partner de betaling ten behoeve van de andere partner heeft gedaan. Aangezien in de meeste gevallen partners elkaar tijdens de relatie niet zullen aanspreken op vergoedingsrechten, zullen deze vorderingen vaak verjaren tijdens de relatie.
Recente uitspraak
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 maart 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:14198) uitspraak gedaan in een zaak die gaat over de verjaring van vergoedingsrechten die zijn ontstaan tijdens een voorhuwelijkse periode.
In deze uitspraak waren partijen in 2022 gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen. Vóór het huwelijk hadden partijen gezamenlijk een woning gekocht, beiden waren voor de helft eigenaar. Deze woning hadden de partners gefinancierd met een hypothecaire geldlening, waaraan beiden hoofdelijk verbonden waren. Beide partners waren gehouden, ieder voor het gedeelte van de schuld die hen in hun onderlinge verhouding aanging, bij te dragen.
Vanaf het kopen van de woning (2014) tot aan hun huwelijk (2022) had de man met privé geld de aflossingen van de hypothecaire lening volledig voor zijn rekening genomen. Dit terwijl de vrouw de helft hiervan had moeten betalen. De man had vóór het huwelijk een bedrag van € 40.488,80 aan aflossingen betaald. Bij de echtscheiding (2024) was de man van mening dat hij op grond van de onderlinge eigendomsverhoudingen slechts gehouden was de helft van dit bedrag te betalen en dat hij een vergoedingsrecht op de vrouw had van € 20.244,40.
De vrouw stelde zich op het standpunt dat, als er al sprake was van een vergoedingsrecht, deze grotendeels was verjaard. Mocht dat niet het geval zijn, dan zou er sprake zijn van rechtsverwerking omdat de man in de afgelopen tien jaar nooit aanspraak had gemaakt op de betaalde bedragen.
Oordeel van de rechtbank
Eerst stelt de rechtbank vast dat de man vóór het huwelijk de volledige aflossingen van de hypothecaire lening heeft betaald, in totaal een bedrag van € 40.488,80. Hiermee heeft hij meer voldaan dan zijn aandeel in de schuld die hem aangaat en heeft hij een vordering van € 20.244,40 op de vrouw.
Eveneens is de rechtbank het met de man eens dat het onredelijk is om in dit verband onderscheid te maken tussen informeel samenlevers en gehuwden. Van gehuwden kan in alle redelijkheid niet verwacht worden dat zij tijdens het huwelijk een vergoedingsrecht jegens de andere echtgenoot inroepen, maar dit kan in alle redelijkheid ook niet worden verwacht van partners in een affectieve samenwoonrelatie. De rechtbank ziet niet in waarom bij informele samenwoners daar anders over moet worden geoordeeld dan bij gehuwden. Dat geldt in dit geval nog meer, omdat partijen hun affectieve relatie in 2022 hebben omgezet in een huwelijk. Als er al sprake zou zijn van een redelijke grond om onderscheid te maken tussen de aard van de relaties, is deze naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval komen te vervallen op het moment dat partijen in het huwelijk zijn getreden. De rechtbank is van oordeel dat de verlengde verjaringstermijn, die tot zes maanden na het beëindigen van het huwelijk duurt, zich uitstrekt over de gehele periode waarin partijen ongehuwd hebben samengeleefd.
Betreffende het verweer van de vrouw – te weten dat er sprake is van rechtsverwerking omdat de man tot in de procedure nooit aanspraak heeft gemaakt op zijn vergoedingsrecht – oordeelt de rechtbank als volgt: voor een beroep op rechtsverwerking is vereist dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn als gevolg waarvan de ene partij bij de andere partij het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewerkt dat hij zijn aanspraak niet meer geldend zal maken of de positie van de andere partij onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard als de aanspraak alsnog geldend gemaakt zou worden. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw er niet in is geslaagd om een succesvol beroep te doen op één van de bovengenoemde criteria.
Conclusie
Zoals uit de bovenstaande uitspraak blijkt, is het afhankelijk van de omstandigheden van het geval waar de rechter rekening mee houdt bij de beoordeling. Ook moet er worden gekeken naar de redelijkheid en billijkheid.
Als u een vergoedingsrecht heeft dat betrekking heeft op een voorhuwelijkse periode of u wordt geconfronteerd met een dergelijke vordering, is het verstandig om juridisch advies van een in het familierecht gespecialiseerde advocaat in te winnen.
Bij SPEE advocaten & mediation hebben de advocaten en mediators jarenlange ervaring in het familierecht en specifiek in het familierecht voor ondernemers. Neem voor deskundig advies gerust contact met ons op.