11 jun 2025 Concurrentiebeding na bedrijfsovername: hoe ver mag u gaan?

Non-concurrentiebedingen zijn in het bedrijfsleven een veelgebruikt instrument om de commerciële belangen van een onderneming te beschermen, bijvoorbeeld bij fusies of overnames. Met een dergelijk beding wil men voorkómen dat de verkopende partij direct na de verkoop een concurrerende onderneming start of relaties van het overgenomen bedrijf benadert. Toch zijn deze afspraken juridisch niet zonder risico. Een beding waarbij de concurrentie te vergaand wordt beperkt, kan in strijd zijn met het mededingingsrecht. Dit leidt tot nietigheid van het beding of een boete voor de overtredende partij.

Het kartelverbod, zoals vastgelegd in artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 VWEU, stelt duidelijke grenzen aan de toelaatbaarheid van concurrentiebeperkingen tussen ondernemingen. De Europese Commissie heeft in de Mededeling Nevenrestricties aangegeven dat een non-concurrentiebeding doorgaans niet langer dan twee tot drie jaar mag duren, afhankelijk van de overdracht van goodwill en knowhow. Maar hoe strikt wordt deze norm toegepast? In dit artikel gaan we hier verder op in.

Ontwikkelingen in de jurisprudentie

Uit recente jurisprudentie blijkt dat rechters non-concurrentiebedingen bij overnames steeds kritischer toetsen, met bijzondere aandacht voor de duur, reikwijdte en de feitelijke noodzaak ervan. Drie recente zaken illustreren dit: .

  • Leemte opgevuld met redelijkheid: Een oud-notaris verkocht zijn kantoor aan een voormalig kandidaat-notaris. In de overnameovereenkomst tussen partijen werd een non-concurrentiebeding opgenomen, die de oud-notaris verbood om te concurreren binnen een straal van 25 km van het kantoor. Het non-concurrentiebeding vermeldde echter geen termijn, waardoor er sprake was van een leemte. Deze leemte moest volgens de rechtbank Overijssel worden ingevuld met een redelijke duur. Daarbij werd een balans gevonden tussen enerzijds het belang van het kantoor om concurrentie te voorkomen en het belang van de oud-notaris om zijn werkvrijheid te behouden. De rechter oordeelde dat een termijn van drie jaar redelijk is, omdat dit recht doet aan de belangen van beide partijen en aansluit bij Europese richtlijnen. Lees hier de volledige uitspraak.
  • Geen merkbare mededingingsbeperking: In een andere zaak verkocht een bedrijf, dat actief was in explosieveilige transportsystemen, zijn aandelen aan een andere onderneming. De overname ging gepaard met een non-concurrentiebeding van drie jaar. De verkoper richtte binnen die periode een concurrerende onderneming op. De koper beriep zich op het beding, maar de rechter stelde vast dat onvoldoende was aangetoond dat sprake was van een merkbare beperking van de concurrentie. Hierdoor bleef het beding overeind. Deze uitspraak laat zien dat een looptijd van langer dan twee jaar niet automatisch tot strijdigheid met het mededingingsrecht leidt. Lees hier de volledige rechtspraak.
  • Duur alleen onvoldoende voor nietigheid: In een zaak bij de rechtbank Gelderland was sprake van een geschil tussen kaakchirurgen die eerder samenwerkten binnen een maatschap. Nadat zij besloten om ieder hun eigen weg te gaan, spraken zij een non-concurrentiebeding af voor de duur van 5 jaar. De geldigheid daarvan werd betwist, mede omdat de termijn langer was dan de door de Europese Commissie genoemde drie jaar. De rechtbank Gelderland oordeelde echter dat de enkele overschrijding van de richtlijntermijn niet voldoende was om strijd met het kartelverbod aan te nemen. De inhoud en motieven van partijen wogen zwaarder dan de formele looptijd. Lees hier de volledige uitspraak.

.
Conclusie

Non-concurrentiebedingen kunnen zeer effectief zijn om de waarde van een onderneming na een overname te beschermen. Tegelijkertijd ligt het risico op de loer dat het beding in strijd is met het mededingingsrecht, zeker als een beding te ver gaat of onvoldoende gemotiveerd is. Uit recente rechtspraak blijkt dat rechters niet automatisch vasthouden aan de strikte termijnen uit de Mededeling Nevenrestricties. Belangrijker is of het beding proportioneel, noodzakelijk en goed onderbouwd is in het licht van de transactie en de betrokken belangen.

Voor ondernemers betekent dit: wees kritisch, concreet en zorgvuldig bij het opstellen van een non-concurrentiebeding. Richt u niet alleen op de tekst, maar ook op de onderbouwing. Zo voorkomt u juridische complicaties en blijft u binnen de grenzen van het mededingingsrecht.

Heeft u vragen over non-concurrentiebedingen of andere ondernemingsrechtelijke kwesties? SPEE advocaten & mediation staat u graag bij met deskundig advies en praktische oplossingen.

SPEE advocaten & mediation Maastricht