3 apr 2026 Wanneer is een informatievordering in kortgeding in het erfrecht écht spoedeisend?

In erfrechtelijke conflicten draait het vaak om de volgende vraag: wat zit er precies in de nalatenschap? Erfgenamen en legitimarissen hebben die informatie nodig om hun positie te bepalen, maar beschikken daar lang niet altijd over. De keuze om dan direct een kortgeding te starten ligt voor de hand, maar is niet zonder risico.

In een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 maart 2026 wordt scherp afgebakend wanneer een informatievordering daadwerkelijk spoedeisend is. De kern: een informatiebehoefte alleen is onvoldoende. Het vereiste van spoedeisend belang vormt een zelfstandige, strikte drempel, ook binnen het erfrecht.

Feiten

De zaak betreft de nalatenschap van een erflater die zijn dochter en twee kleinzonen tot erfgenamen heeft benoemd. Eén kleinzoon en diens partner zijn benoemd tot executeurs en afwikkelingsbewindvoerders. Daarnaast is diezelfde partner bij levenstestament aangewezen als algemeen gevolmachtigde, met de bevoegdheid om de financiële zaken van erflater te regelen.

Kort vóór het overlijden is van de volmacht gebruik gemaakt. De woning van erflater is verkocht en geleverd en daarnaast heeft een schenking van € 150.000 plaatsgevonden aan één van de kleinzonen. De dochter betwist deze schenking en beroept zich – voor het geval deze in stand blijft – op haar aanvullende legitieme portie.

Om haar positie te kunnen bepalen, verzoekt zij om afgifte van diverse bescheiden, waaronder bankafschriften over meerdere jaren, informatie over mogelijke polissen en de door de gevolmachtigde afgelegde rekening en verantwoordingen met bijbehorende déchargeverklaringen.

De vorderingen en het verweer

De dochter stelt dat zij zonder de gevraagde informatie haar legitieme portie niet kan vaststellen. In dat kader beroept zij zich onder meer op artikel 4:78 BW, waarin het inzagerecht van de legitimaris is opgenomen ten aanzien van gegevens die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie. Daarnaast verwijst zij naar artikel 4:148 BW, waarin is vastgelegd dat de executeur gehouden is om erfgenamen de voor de afwikkeling van de nalatenschap relevante informatie te verschaffen. Volgens de dochter is sprake van spoedeisend belang, omdat zij niet kan wachten op een bodemprocedure en het risico bestaat dat relevante gegevens verloren gaan.

De executeurs voeren als meest verstrekkend verweer dat geen sprake is van spoedeisend belang. Zij stellen dat de nalatenschap nog wordt geïnventariseerd, dat zij in ieder geval beschikken over de gevraagde bankafschriften en dat de vorderingen prematuur zijn. Volgens hen kan de dochter haar rechten in een bodemprocedure geldend maken.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Voordat de voorzieningenrechter aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering toekomt, zal deze eerst beoordelen of er sprake is van een spoedeisend belang. Is er geen spoedeisend belang dan komt de voorzieningenrechter aan verdere beoordeling niet toe. Daarbij wordt expliciet overwogen dat de spoedeisendheid niet voortvloeit uit de aard van de vordering. Het enkele feit dat afgifte van informatie wordt gevorderd, maakt een vordering dus niet zonder meer spoedeisend.
Het door eiseres aangevoerde risico dat bankgegevens verloren zouden gaan, wordt verworpen. Van belang is dat de executeurs beschikken over de gevraagde bankafschriften.

Nu niet is gebleken dat deze gegevens verloren dreigen te gaan, ontbreekt een concreet en actueel risico dat een onmiddellijke voorziening rechtvaardigt.
Daarnaast acht de voorzieningenrechter van belang dat de nalatenschap zich nog in een vroege fase van afwikkeling bevindt. De executeurs zijn nog bezig met het vaststellen van de omvang van de nalatenschap en de erfdelen. In dat licht is het niet onbegrijpelijk dat nog niet alle informatie is verstrekt. De vorderingen worden daarom als prematuur aangemerkt.

Ten aanzien van de gevorderde rekening en verantwoording en déchargeverklaringen geldt bovendien dat de dochter haar spoedeisend belang niet heeft geconcretiseerd. Het spoedeisend belang moet worden onderbouwd met feiten en omstandigheden die maken dat uitstel niet kan worden aanvaard. Die onderbouwing ontbreekt volgens de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen af zonder inhoudelijke beoordeling.

Lees de volledige uitspraak hier.

Betekenis voor de praktijk

Deze uitspraak maakt duidelijk dat het enkele bestaan van een informatieachterstand of onzekerheid over de omvang van de nalatenschap onvoldoende kan zijn om een kortgeding te rechtvaardigen.

Van belang is dat spoedeisendheid niet kan worden gebaseerd op abstracte of hypothetische risico’s. Ook het belang bij een voortvarende afwikkeling van de nalatenschap of wantrouwen tussen partijen is daarvoor niet altijd voldoende. De uitspraak bevestigt dat het kortgeding niet altijd een instrument is om in een vroeg stadium afgifte van informatie en stukken binnen een nalatenschap af te dwingen. In veel gevallen ligt een bodemprocedure meer voor de hand. Voor het aannemen van spoedeisend belang is vereist dat sprake is van concrete en niet te herstellen nadelige gevolgen bij uitstel, zoals het verdwijnen van (vermogens)bestanddelen of bijvoorbeeld het verloren gaan van verhaalsmogelijkheden.

Heeft u vragen over uw positie als erfgenaam, legitimaris of executeur, of over het afdwingen van informatie binnen een nalatenschap? Neem dan gerust contact op met de erfrechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation. Wij adviseren en begeleiden cliënten bij de afwikkeling van nalatenschappen en procedures over erfrechtelijke kwesties.

SPEE advocaten & mediation Maastricht