Wat heeft 2021 voor werkgevers en werknemers in petto?

Aan het begin van een nieuw jaar is er uiteraard ook altijd weer sprake van nieuwe wet- en regelgeving en van andere “weetjes” op het gebied van arbeidsrecht. Zo is bijvoorbeeld ook dit jaar het maximale bedrag dat aan transitievergoeding betaald mag worden, verhoogd, ligt er wetgeving op de plank op het gebied van (ook arbeidsrechtelijke) mediation, gaan er zaken veranderen in ons pensioenstelsel, zijn er ook dit jaar weer steunmaatregelen in het kader van corona en zijn er nog veel andere zaken die voor werkgevers en werknemers van belang zijn om te weten. Onderstaand een – uiteraard niet uitputtend – overzicht.

Noodmaatregelen corona

In het voorjaar van 2020 is de subsidieregeling Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) ingevoerd. Werkgevers die te maken hebben met omzetverlies als gevolg van corona, kunnen hier – onder voorwaarden – gebruik van maken. De regeling is een aantal keer verlengd.

De huidige (derde) verlenging kent een looptijd van 9 maanden, tot 1 juli 2021. Deze derde tranche kent een aflopende tegemoetkoming van de loonsom en biedt ruimte de loonsom te laten dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. De eerste drie maanden wordt 80% uitgekeerd waarna iedere 3 maanden het uitkeringspercentage met 10 procentpunt zou afnemen. Tevens moet vanaf 1 januari 2021 het omzetverlies tenminste 30 procent zijn.

Let op: Op 9 december 2020 maakte het kabinet bekend dat de NOW in het eerste kwartaal van 2021 gelijk blijft aan het vierde kwartaal van 2020. De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) krijgt een nieuw subsidiepercentage: afhankelijk van het omzetdervingspercentage bedraagt deze tussen de 50 en 70%. Hierdoor krijgen ondernemingen met de grootste omzetverliezen meer subsidie.

Vanwege de coronacrisis moeten veel werkgevers afschalen, maar er zijn ook plekken waar personeel veel moet overwerken (zoals in de zorg). Normaal gesproken, moet bij te veel overwerk alsnog de hoge WW-premie worden afgedragen. Maar voor 2020 en 2021 geldt deze regel tijdelijk niet.

Door de coronacrisis zal de vraag naar bepaalde werkzaamheden de komende tijd zal uitblijven. Voor sommige mensen betekent dit dat ze zich moeten om- en bijscholen zodat ze andere taken kunnen vervullen binnen het bedrijf waar ze werken, of bij een andere werkgever. Om mensen te ondersteunen en hen te helpen zich aan te passen aan de veranderde arbeidsmarkt, trekt het kabinet €1,4 miljard uit voor een aanvullend sociaal pakket

Compensatie transitievergoeding MKB

Vanaf 2021 kunnen kleine werkgevers die hun onderneming stoppen vanwege pensionering of overlijden compensatie krijgen voor de transitievergoeding die zij dan aan hun personeel moeten betalen. Als de ondernemer het bedrijf moet stoppen wegens ziekte of gebreken, kan in de toekomst ook compensatie worden verleend. Maar die regeling wordt voorlopig uitgesteld.

Transitievergoeding na 2 jaar ziekte

Sinds 1 april 2020 worden werkgevers gecompenseerd voor de transitie–vergoeding die zij moeten betalen bij ontslag van een twee jaar zieke werknemer. De regeling is met terugwerkende kracht ingevoerd. Voor 1 oktober 2020 moesten aanvragen voor compensatie van vergoedingen betaald tussen 1 juli 2015 en 31 maart 2020 zijn ingediend. De compensatie is afhankelijk van de hoogte van de betaalde transitievergoeding.

Maximum transitievergoeding 2021

Voor de transitievergoeding geldt in 2021 een wettelijk maximum van € 84.000. Als de werknemer een jaarsalaris heeft van meer dan € 84.000, dan bedraagt de maximale transitievergoeding een jaarsalaris. Dit maximum geldt ongeacht de uitkomst van berekeningsformule.

Wet bevordering mediation

Dit wetsvoorstel beoogt de rechterlijke macht middelen in handen geven om mediation te bevorderen, ook bij conflicten tussen werkgever en werknemer. Partijen moeten wanneer zij naar de rechter stappen uitdrukkelijk laten weten of zij mediation hebben geprobeerd. Zo niet, dan bekijkt de rechter of dat alsnog kan. Als mediation geen oplossing heeft gebracht, handelt de rechter de zaak alsnog zelf af.

Verschil vast en flex, afbouw zelfstandigenaftrek

Vanaf januari 2021 start een pilot met een webmodule waarmee vooraf duidelijkheid ontstaat of een opdrachtnemer ook door de fiscus als zelfstandige wordt aangemerkt.

Het kabinet wil de verschillen tussen vast en flex op de arbeidsmarkt verkleinen, bijvoorbeeld met de ingevoerde wet Arbeidsmarkt in balans. Voor zelfstandigen zonder personeel is in het pensioenakkoord een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) opgenomen. Het kabinet streeft ernaar om begin 2021 een uitgewerkt voorstel AOV ZZP naar de Tweede Kamer te verzenden.

In aanvulling op de eerder aangekondigde maatregelen heeft het kabinet besloten om de zelfstandigenaftrek met ingang van 2021 versneld af te bouwen. Zelfstandigen worden gecompenseerd via een verhoging van de arbeidskorting en een verlaging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Dit creëert een gelijker speelveld tussen mensen die voor zichzelf, en voor een werkgever werken.

Scholing voor werknemers

Het kabinet blijft inzetten op Leven Lang Ontwikkelen. Door te blijven ontwikkelen in werk en zo nodig bij- of om- te scholen blijven vaardigheden up-to-date en kan werkloosheid worden voorkomen. Naast de scholingsmaatregelen uit het corona steun- en herstelpakket, werkt het kabinet door aan de invoering van de STAP-regeling (Stimulans Arbeidsmarktpositie). Deze regeling vervangt de huidige fiscale aftrek voor scholing.

Ook is er in 2021 weer circa €50 miljoen beschikbaar vanuit de SLIM-regeling, waarmee werkgevers in het mkb, maar ook grotere werkgevers in de sectoren horeca, de landbouw en de recreatie, worden gestimuleerd om te investeren in de ontwikkeling van werkenden.

Door het Pensioenakkoord is ook structureel €10 miljoen vrijgekomen voor een meerjarig investeringsprogramma voor duurzame inzetbaarheid. Vanaf 2020 wordt geld verdeeld voor pilots om toepassing in de praktijk te bevorderen.

Nieuw pensioenstelsel

Om te komen tot een duurzaam houdbaar pensioenstelsel, gaat het kabinet in 2021 de vernieuwing van het aanvullend pensioenstelsel uitwerken in wetgeving. De bedoeling is om de wet- en regelgeving die daarvoor nodig is in het tweede kwartaal van 2021 in te dienen. Het nieuwe wettelijke en fiscale kader kan dan per 2022 in werking treden. Daarbij wordt een ‘ingroeipad’ voor pensioenfondsen vastgelegd naar het nieuwe stelsel.

Vervroegd pensioen, zwaar werk

In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd en duurzame inzetbaarheid. Doel is dat mensen hun AOW-leeftijd gezond werkend kunnen bereiken; ook mensen met een zwaar beroep.

Het kabinet stelt € 1 miljard beschikbaar in de periode 2021 tot en met 2024 voor het faciliteren van sectorale maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden.

Het wetsvoorstel ‘RVU, verlofsparen en bedrag ineens’ ligt bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt een tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing (tot een bepaald bedrag) waardoor vervroegde uittreding mogelijk wordt gemaakt voor werknemers die niet in staat zijn werkend de AOW-leeftijd te bereiken. Daarnaast wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om op de pensioeningangsdatum een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen als bedrag ineens op te nemen. Ook krijgen werknemers ruimere mogelijkheden om fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof te sparen. De inwerkingtredingsdatum voor de versoepeling van de RVU-heffing en verlofsparen is 1 januari 2021. Voor de uitkering van het bedrag ineens, is de invoeringsdatum 1 januari 2022.

AOW-leeftijd

Het kabinet en sociale partners hebben in het pensioenakkoord afgesproken dat de stijging van de AOW-leeftijd met ingang van 2025 voor 2/3 gekoppeld wordt aan de stijging van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld 8 maanden langer doorwerken en gemiddeld 4 maanden langer AOW-pensioen. Deze aangepaste koppeling gaat ook gelden voor de pensioenrichtleeftijd, waardoor ook deze minder snel zal stijgen. Het wetsvoorstel is in juli ingediend bij de Tweede Kamer.

In 2021 zal de AOW-gerechtigde leeftijd (net als dit jaar) 66 jaar en vier maanden bedragen. Daarna wordt de AOW-gerechtigde leeftijd verhoogd naar 66 jaar en zeven maanden in 2022, 66 jaar en tien maanden in 2023 en 67 jaar in 2024 en 2025.

Uitbreiding waardeoverdracht kleine pensioenen

Op verzoek van de Stichting van de Arbeid (werkgevers en vakbonden) zal het recht op waardeoverdracht van kleine pensioenen worden uitgebreid. Door de uitbreiding, mogen pensioenuitvoerders alle kleine pensioenen overdragen, of ze nou zijn ontstaan door baanwisseling of niet. Hiervoor komt wetgeving die op 1 januari 2022 in werking moet treden.

Uitbreiding betaald ouderschapsverlof

Het kabinet kiest voor de invoering van negen weken betaald ouderschapsverlof voor beide ouders. Na eerdere uitbreiding van het verlof voor partners naar vijf dagen direct na de geboorte op 1 januari 2019, en vijf weken in het eerste half jaar sinds 1 juli 2020, neemt het kabinet nog een derde stap.

Het kabinet voert daarom 9 weken deels betaald ouderschapsverlof in. Het doel van deze uitbreiding is om beide partners de kans te geven om tijd met hun kind door te brengen in het eerste jaar na de geboorte. Daarnaast kan het verlof zorgen voor een gelijkere verdeling van werk- en zorgtaken tussen ouders. In deze negen weken hebben ouders recht op een uitkering tot 50% van het maximum dagloon. De maatregel zal per augustus 2022 ingaan.

Maatregelen re-integratie bij langdurige ziekte

Met het wetsvoorstel RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen wordt geregeld dat in 2021 het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de toetsing van het re-integratieverslag (RIV-toets) door UWV.

De RIV-toets zal in 2021 volledig uitgevoerd worden door arbeidsdeskundigen van UWV. Als werkgever en werknemer de re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het medisch advies van de bedrijfsarts, kan een RIV-toets niet meer leiden tot een sanctie. Hiermee wordt onzekerheid voorkomen over het te voeren re-integratietraject voor werkgever en werknemer.

Positie arbeidsmigranten

De Wet arbeid vreemdelingen wordt herzien om de wet meer flexibel en toekomstbestendig te maken. Hierin past ook de wijziging dat een tewerkstellingsvergunning (twv) voor ten hoogste drie jaar kan worden verleend. Verder worden er wijzigingen doorgevoerd om de positie van werknemers te versterken en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Om startups in Nederland beter in staat te stellen om internationaal talent aan te trekken, wordt daarnaast een verblijfsregeling gecreëerd voor essentieel personeel van startups in de vorm van een driejarige pilot.

Het kabinet wil arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voor arbeidsmigranten verbeteren en daarmee concurrentie op arbeidsvoor–waarden tegengaan. Zo komt er een complete en actuele woonregistratie van arbeidsmigranten. Verder worden extra eisen gesteld met als doel het weren van malafide uitzendbureaus. Ook komt er één centraal informatiepunt waar arbeidsmigranten met vragen terecht

Meer weten? De arbeidsrechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation zijn u graag van dienst.

SPEE advocaten & mediation Maastricht