Valse handtekening onder zakelijk leasecontract

Handtekening van zoon toerekenbaar aan vader of niet?

Deze week behandelen we een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin antwoord wordt gegeven op de vraag: kan de valse handtekening van een (inmiddels overleden) zoon onder een leasecontract worden toegerekend aan zijn vader? En zo ja, waarom is dat het geval?

De feiten

De zaak gaat om de zoon van meneer X en mevrouw Y. De zoon heeft namens de horecazaak van zijn vader een leaseovereenkomst voor een auto gesloten. Kort na het sluiten van die overeenkomst krijgt de zoon een auto-ongeluk, waarbij hij om het leven komt en de leaseauto verloren gaat. Vader en moeder worden door de leasemaatschappij aangesproken tot betaling van de resterende leasetermijnen. Het gaat om € 80.933,70 vermeerderd met rente en kosten, geen gering bedrag dus.

Vader stelt zich echter op het standpunt dat hij geen leaseovereenkomst heeft gesloten: zijn zoon zou de handtekening onder de leaseovereenkomst en de bijbehorende akten van hoofdelijk medeschuldenaarstelling hebben vervalst.

De procedure

In eerste aanleg heeft de kantonrechter de leasemaatschappij opgedragen om bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de overeenkomst en de akten zijn ondertekend door vader. Vervolgens heeft de kantonrechter de vorderingen van de leasemaatschappij toegewezen.

De ouders laten het er niet bij zitten en gaan in hoger beroep. Dat leidt echter niet tot een andere uitkomst: volgens het hof is vast komen te staan dat de handtekening onder de overeenkomst en de akten niet van vader afkomstig is. Maar het wordt wél aan de vader toegerekend dat de leasemaatschappij de valse handtekening van de zoon voor echt heeft gehouden en redelijkerwijs mocht houden. Hoe zit dat precies?

Motivering van het gerechtshof

Volgens het hof staat vast dat de leasemaatschappij de handtekeningen van vader op de documenten voor echt heeft gehouden. Het hof oordeelt dat de leasemaatschappij ook redelijkerwijs heeft mogen aannemen dat die handtekeningen van vader zelf afkomstig waren. Uit de stukken blijkt dat de overeenkomsten tot stand zijn gekomen door tussenkomst van een tussenpersoon. Deze tussenpersoon heeft de noodzakelijke gegevens verzameld en de identiteit van haar contractspartij(en) geverifieerd door middel van een legitimatiebewijs van vader en moeder.

Gelet hierop en gezien de aard van de verstrekte gegevens – waaronder ook andere persoonlijke documenten van vader en moeder (zoals de aangifte IB van beiden en een verklaring van goed betaalgedrag van hypotheekverstrekker ABN AMRO ten gunste van vader en moeder) mocht de leasemaatschappij erop vertrouwen dat de handtekeningen van vader zelf afkomstig waren. Tot een nadere identiteitsverificatie was de leasemaatschappij in dit geval niet gehouden. Het hof betrekt hierbij dat ook niet is gebleken, uit onderzoek van deskundigen of anderszins, dat de op de documenten voorkomende handtekeningen aanleiding gaven of hadden moeten geven tot een vermoeden van vervalsing.

Bijzondere omstandigheden?

Dan de vraag: zijn er bijzondere omstandigheden die maken dat aan de vader valt toe te rekenen dat de leasemaatschappij zijn handtekeningen voor echt heeft gehouden en redelijkerwijs heeft mogen houden?

Het hof geeft de volgende uitleg. “Wanneer iemand door zich valselijk als een ander voor te doen iets voor die ander verklaart geldt als uitgangspunt dat die ander zich tegen degene tot wie de verklaring is gericht erop kan beroepen dat de verklaring niet van hem afkomstig is, ook wanneer de geadresseerde heeft aangenomen en redelijkerwijs mocht aannemen dat de verklaring wel van die ander afkomstig was. Uit het beginsel dat ten grondslag ligt aan de artikelen 3:35, 3:36, 3:61 lid 2 en 6:147 BW vloeit evenwel voort dat dit onder omstandigheden anders kan zijn. Deze omstandigheden moeten dan wel van dien aard zijn dat zij rechtvaardigen dat aan degene voor wie valselijk iets is verklaard, geheel of ten dele wordt toegerekend dat geadresseerde de verklaring voor echt heeft gehouden en redelijkerwijs mocht houden. De omstandigheden kunnen dus ook van dien aard zijn dat het slechts in een bepaalde mate aan degene voor wie valselijk is verklaard, moet worden toegerekend dat de geadresseerde gerechtvaardigd op die verklaring heeft vertrouwd, en dat dit voor het overige voor rekening en risico van de geadresseerde blijft. Bij deze beoordeling kan onder meer een rol spelen in hoeverre partijen adequate voorzorgsmaatregelen hebben genomen om te voorkomen dat een derde in staat is zich voor een van hen uit te geven. In verband daarmee mag in een voorkomend geval van partijen worden verwacht dat zij uiteenzetten welke inspanningen zij zich hebben getroost om te achterhalen op welke wijze de derde zich valselijk als een van hen heeft kunnen voordoen en wat deze inspanningen hebben opgeleverd.”

Het hof oordeelt vervolgens dat zich in deze zaak inderdaad bijzondere omstandigheden voordoen die rechtvaardigen dat de vervalste handtekening aan de vader wordt toegerekend:

• De zoon had om te beginnen de volledige toegang tot de financiële gegevens van de horecazaak, maar had daarnaast ook de beschikking over persoonlijke documenten van zijn ouders (zonder dat daarvoor een reden voor is gebleken).
• Daarbij is gebleken dat vader zijn e-mailberichten niet las en dit geheel aan zijn kinderen overliet. Hierdoor was de zoon in staat de benodigde documenten ter verkrijging van de leaseovereenkomst op naam van de horecazaak met een vervalste handtekening per e-mail te verzenden en de eerste leasetermijnen te voldoen, zonder dat vader daar inzicht in had of daarop toezicht uitoefende.
• Ook in de periode na de contractsluiting tot de datum van het ongeval heeft vader niet ingegrepen, terwijl hij op enig moment wel bekend raakte met de transactie die zijn zoon was aangegaan.

Conclusie

Kortom: zowel de horecazaak van de ouders als vader en moeder zelf zijn als hoofdelijke medeschuldenaren verbonden aan de nakoming van de verplichtingen uit de leaseovereenkomst. U kunt de gehele uitspraak hier teruglezen.

Ook vragen over (lease)contracten, de kleine lettertjes en/of hoofdelijke aansprakelijkheid? U kunt terecht bij SPEE advocaten & mediation!

SPEE advocaten & mediation Maastricht