Taxichauffeur bij Uber: wel of niet sprake van een arbeidsovereenkomst?

Terwijl diverse platforms in verschillende branches vechten om marktaandeel, woedt ook een arbeidsrechtelijke oorlog tussen vakbonden en de diverse platforms. De rechtbank Amsterdam oordeelde onlangs in het voordeel van FNV, dat taxichauffeurs bij Uber een arbeidsovereenkomst hebben omdat er sprake is van een (moderne) gezagsverhouding. Wat zijn de argumenten die de doorslag gaven?

Platformwerkers verrichten werk vaak niet op basis van een arbeidsovereenkomst, maar als ‘zelfstandigen’. Dat heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat zij minder bescherming genieten (zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming) en geen aanspraak maken op arbeidsvoorwaarden uit een (anders wel van toepassing zijnde) cao.

Alhoewel geen arbeidsovereenkomst is overeengekomen, kan feitelijk gezien toch sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. Zo oordeelde het gerechtshof Amsterdam op 16 februari 2021 dat bezorgers bij maaltijdbezorgdienst Deliveroo werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst (ECLI:NL:GHAMS:2021:392). Dat is ook wat FNV namens taxichauffeurs die werkten via de applicatie van Uber – succesvol – bij de rechtbank Amsterdam betoogde (ECLI:NL:RBAMS:2021:5029). Hoe kwam de rechtbank tot dit oordeel?

De rechtbank schetste eerst kort de basis. Op grond van de wet is sprake van een arbeidsovereenkomst als is voldaan aan drie kenmerken, te weten: (i) arbeid, (ii) loon en (iii) gezag. In de rechtspraak is invulling gegeven aan deze elementen.

Recent heeft de Hoge Raad in X/Gemeente Amsterdam verduidelijkt dat eerst moet worden vastgesteld welke wederzijdse rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen (ECLI:NL:HR:1746). Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van vraag wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Aan de hand van de op die manier vastgestelde inhoud van de overeenkomst kan vervolgens worden bepaald of de overeenkomst de kenmerken van een arbeidsovereenkomst bevat, of bijvoorbeeld die van een overeenkomst van opdracht. Daarbij is niet één enkel kenmerk beslissend.

De rechtbank oordeelde dat de rechtsverhouding tussen Uber en de chauffeurs voldoet aan alle kernmerken van een arbeidsovereenkomst (arbeid, loon en gezag). Met name de vraag of sprake is van een gezagsverhouding, is steeds een heet hangijzer. Dat was ook hier het geval. Immers, de platformwerkers kunnen vaak zelf beslissen wanneer zij in de taxi stappen en of zij een rit aanvaarden. De rechtbank oordeelde evenwel dat van de Uber-app een disciplinerende en instruerende werking uitgaat, en een financiële stimulans om wel (en vaker) te werken. Zodra de chauffeurs gebruikmaken van de app zijn zij onderworpen aan de werking van het door Uber ontworpen en eenzijdig door haar te wijzigen algoritme. De rechtbank noemt dit een “moderne gezagsverhouding”.

De uitspraak van de rechtbank Amsterdam betekent dat chauffeurs een arbeidsovereenkomst hebben en Uber verplicht is de cao toe te passen.

Het vonnis onderstreept de boodschap van de Commissie Borstlap van januari 2020, dat er meer bescherming en rechten moeten zijn voor zzp’ers die onderaan de arbeidsmarkt bungelen. Ondertussen heeft Uber aangekondigd in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak.

Meer weten over platformarbeid of over andere arbeidsrechtelijke onderwerpen? SPEE advocaten & mediation staat u graag met raad en daad terzijde.

SPEE advocaten & mediation Maastricht