Zoek
Sluit dit zoekvak.
9 dec 2021 Privacy en het UBO-register

Privacyorganisatie vangt bot in kort geding en in hoger beroep

De privacyaspecten van het UBO-register zijn veelbesproken. Dit jaar is er zelfs door Privacy First, een stichting die opkomt voor het recht op privacy, in twee instanties geprocedeerd met als doel om het UBO-register in de huidige vorm tegen te houden, omdat dit in strijd zou zijn met het grondrecht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens. Meer leest u hier:

Hoe zat het ook alweer met het UBO-register?
Eerder dit jaar informeerden wij u al uitvoerig over het UBO-register. Een UBO is de Ultimate Beneficial Owner van een rechtspersoon of personenvennootschap, oftewel de natuurlijke persoon die uiteindelijk de eigendom of zeggenschap heeft. Als u al ondernemer bent via een rechtspersoon of personenvennootschap dan dient u uw inschrijving als UBO in het register vóór 27 maart 2022 te regelen, via het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Welke gegevens zijn openbaar en welke niet?
Een aantal gegevens uit het UBO-register zijn openbaar en dus voor iedereen toegankelijk. Het gaat om naam, geboortemaand, geboortejaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het economisch belang. Andere gegevens zijn slechts in te zien voor bevoegde autoriteiten. Het gaat dan om geboorteplaats, geboortedag, woonadres, BSN en TIN, kopie van identiteitsdocument en documenten waaruit het belang en de omvang van het belang in de onderneming blijkt.

Kunnen gegevens in het UBO-register worden afgeschermd?
Er zijn weliswaar mogelijkheden om de privacy van UBO’s te beschermen, maar die mogelijkheden zijn relatief beperkt. Afscherming van gegevens kan alleen worden aangevraagd als het gaat om informatie betreffende minderjarigen, of personen die politiebescherming krijgen of onder curatele of bewind staan. In dat geval is alleen te zien wat het belang en omvang van het belang van de UBO is. De afgeschermde gegevens blijven wel in te zien voor Wwft-instellingen met een financiële taak en voor de bevoegde autoriteiten (denk aan het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst).

Waar ging de procedure van Privacy First over?
Privacystichting Privacy First is begin dit jaar een kort geding gestart tegen de Nederlandse Staat over het UBO-register. De stichting vorderde onder andere de voorlopige buitenwerkingstelling van de verplichting om UBO-gegevens aan het Handelsregister aan te leveren, en de buitenwerkingstelling van ieders recht om het UBO-register in te zien. Ook wilde de privacyorganisatie dat er prejudiciële vragen zouden worden gesteld aan het Hof van Justitie van de EU over de verenigbaarheid van de EU-richtlijnen (waarop de Nederlandse wetgeving is gebaseerd) met het Handvest van de grondrechten van de EU, het EU-verdrag en de AVG (de Algemene Verordening Gegevensbescherming).

Wat oordeelden de voorzieningenrechter en het gerechtshof?
De voorzieningenrechter in Den Haag wees de vorderingen van Privacy First af en ook in de uitspraak in hoger beroep van 16 november 2021 ving de stichting bot. Dit betekent dat de Nederlandse wetgeving over UBO’s niet buiten werking hoeft te worden gesteld. Het is namelijk volgens de rechter niet aannemelijk gemaakt dat de UBO’s op korte termijn ernstige schade zullen leiden. Dat is een vereiste om op Europese richtlijnen gebaseerde wetgeving in een kort geding (voorlopig) buiten werking te kunnen stellen. Daarbij heeft het gerechtshof meegewogen dat een UBO, die vreest dat hij door de openbaarmaking van zijn persoonsgegevens het risico loopt op ontvoering, afpersing of iets dergelijks, meteen al zijn gegevens voor het algemene publiek kan afschermen. De Nederlandse wetgeving voorziet in deze mogelijkheid, aldus de rechter.

Wilt u de uitspraak in kort geding teruglezen, dan kan dat hier. De uitspraak in hoger beroep vindt u hier.

Slotsom
Hoewel Privacy First uiteindelijk niet in het gelijk werd gesteld, is het zeer de vraag of daarmee ook de juridische discussie over de privacyaspecten van het UBO-register definitief is gesloten. Wij vermoeden van niet. Immers, een Luxemburgse rechter heeft wél prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU. Die vragen gaan over de openbare toegankelijkheid van het UBO-register en de verenigbaarheid daarvan met het recht op privacy, en over de reikwijdte van de mogelijkheid om openbare gegevens af te schermen. Zodra er meer bekend is over de uitkomst van die procedures, hoort u dat uiteraard van ons.

Ook vragen over ondernemingsrecht, het UBO-register en/of privacy? U kunt terecht bij SPEE advocaten & mediation.

SPEE advocaten & mediation Maastricht

Zoeken

Recente artikelen