Is de bestuurder van een BV persoonlijk aansprakelijk voor verzekeringsproblemen?

Eerder dit jaar sprak het gerechtshof Den Bosch zich uit over de situatie waarin een bestuurder persoonlijk aansprakelijk werd gesteld door een schuldeiser van de (inmiddels failliete) BV. De reden? De bestuurder zou geen deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor de BV hebben afgesloten én de wel afgesloten verzekering zou zijn opgeschort omdat de premies niet op tijd waren betaald.

Feiten

Om te beginnen: de hoofdregel in het Nederlandse ondernemingsrecht is dat bestuurders van BV’s en NV’s slechts in uitzonderingsgevallen in privé aansprakelijk zijn voor schulden van de vennootschap, ten opzichte van derden. Dit keer bespreken we een zaak waarin een schuldeiser van de BV aanvoerde dat de bestuurder wel degelijk persoonlijk aansprakelijk was.

Het ging om een BV die in al in 2007 had geadviseerd en bemiddeld, dit ter verkrijging van een financiering voor de aankoop van een lidmaatschapsrecht in een woonvereniging. De betreffende BV betaalde de verzekeringspremies niet tijdig en hierdoor schortte de verzekeraar de dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering op. Die beroepsaansprakelijkheidsverzekering was in dit geval overigens verplicht afgesloten.

Nadat de verzekeringsdekking was opgeschort, werd de BV aangesproken door een schuldeiser. Die stelde dat de BV geen passend financieel advies zou hebben gegeven en dat niet zou zijn voldaan aan de zorgplicht. Nadat de BV deze kwestie aan de eigen verzekeraar had gemeld, kwam de BV erachter dat de verzekeringsdekking was opgeschort. Een dubbel probleem dus. Ook werd de verzekering per 1 januari 2014 door de verzekeraar opgezegd, vanwege het schadeverloop. De BV zelf werd in 2019 failliet verklaard.

Oordeel rechtbank

De schuldeiser van de failliete BV laat het er niet bij zitten en stapt naar de rechtbank. Voor wat betreft de vorderingen op de bestuurder persoonlijk, oordeelt de rechtbank in eerste aanleg dat de bestuurder niet in privé aansprakelijk is. Immers, de bestuurder heeft aangetoond dat er een beroepsaansprakelijkheidsverzekering was afgesloten. Het te laat betalen van verzekeringspremies of het te laat melden van schade onder de verzekering is volgens de rechtbank niet voldoende om een bestuurder met succes persoonlijk aansprakelijk te kunnen stellen.
De schuldeiser stelt tegen deze uitspraak hoger beroep in.

Oordeel gerechtshof

Was de BV voldoende verzekerd?

In de eerste plaats wordt de bestuurder verweten dat hij geen deugdelijke aan de Wet Financieel Toezicht beantwoordende beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor de BV heeft afgesloten. De schuldeiser geeft hierbij aan dat de verzekering ondeugdelijk is omdat deze door de verzekeraar kon worden opgezegd, en in dit geval ook is opgezegd. De bestuurder was hiervan op te hoogte en wist of behoorde te weten dat de BV haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de schade. De schuldeiser is daarom van mening dat de bestuurder een ‘voldoende ernstig verwijt’ treft (de norm uit de jurisprudentie) en daarmee persoonlijk aansprakelijk is.

Het gerechtshof is het daar niet mee eens: het feit dat de BV een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft gesloten die van kracht was ten tijde van de advisering, is voldoende om aan te tonen dat de BV voldoende verzekerd was voor beroepsaansprakelijkheid. Het hof oordeelt dat de schuldeiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Claimgedrag bestuurder en onbetaalde premies

Ten tweede stelt de schuldeiser dat de verzekering geen dekking geeft als gevolg van het claimgedrag van de bestuurder en/of het niet betalen van de verzekeringspremie door de BV. Ook zou de bestuurder in de periode na opschorting van de verzekering tot aan het faillissement van de BV onvoldoende hebben gedaan om alsnog dekking te krijgen.

Op dit punt voert de schuldeiser weer aan dat dit alles een persoonlijk ernstig verwijt oplevert, conform de criteria in de jurisprudentie. Ook dit mag niet baten: het hof oordeelt dat de schuldeiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Hierbij geeft het hof aan dat het de taak is van een bestuurder om zijn bedrijfsorganisatie zodanig in te richten dat verzekeringspremies tijdig betaald worden en wordt voorkómen dat de dekking van de verzekering wordt opgeschort.

Echter, in dit geval kwamen de problemen met premiebetaling door een adreswijziging van de BV, die door de bestuurder wel was doorgegeven aan de tussenpersoon. En zelfs als de adreswijziging niet op tijd zou zijn doorgegeven, dan is dat op zichzelf niet voldoende voor een ‘persoonlijk ernstig verwijt’ van een bestuurder. Bovendien stuurde de BV jaarlijks wijzigingsformulieren aan de verzekeraar en waren de betalingen van de BV op orde.

Dat de bestuurder onvoldoende zou hebben gedaan om alsnog verzekeringsdekking te realiseren, is volgens het hof niet juist. Immers, de bestuurder heeft per e-mail aan zijn tussenpersoon gevraagd om dekking te verlenen voor de claim van de schuldeiser. De schuldeiser stelt nog dat het ernstig verwijtbaar is dat de bestuurder geen procedure tegen de verzekeraar is begonnen, maar de schuldeiser heeft niet onderbouwd dat een dergelijke procedure kans van slagen zou hebben.

Voorts geldt dat de aanspraak op de verzekering in deze kwestie niet is uitgesloten vanwege het claimgedrag van de bestuurder van de verzekerde BV, maar vanwege het niet op tijd betalen van de verzekeringspremies.

De volledige uitspraak leest u hier.

Slotsom

In deze zaak werd geen persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder aangenomen. Veel hangt echter af van de feiten en de manier waarop die onderbouwd worden. Heeft u zelf te maken met bestuurdersaansprakelijkheid, als bestuurder of als schuldeiser? Laat u dan tijdig bijstaan door de ondernemingsrechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation!

SPEE advocaten & mediation Maastricht