Search
Close this search box.
18 jan 2022 Concurrentiebeding: onbillijke benadeling werknemer

Werknemer en werkgever hebben in eerste aanleg en vervolgens in hoger beroep geprocedeerd over de belangenafweging die moet worden gemaakt, in het kader van het al dan niet in stand blijven van een concurrentiebeding. Het Gerechtshof heeft uiteindelijk geoordeeld, dat de belangenafweging in het voordeel van werknemer uitvalt en dat handhaving van het beding onbillijke benadeling van werknemer oplevert. Benieuwd naar de feiten en de afweging die er gemaakt werd?

Werknemer is vanaf 1 januari 2017 bij AP Support in dienst getreden, en daar een opleidingstraject van twee jaar gestart om te worden opgeleid als schadeadviseur. De arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding. Vanaf 1 januari 2020 is werknemer gaan werken bij Rochewood Insurance & Banking B.V. Rochewood is een directe concurrent van AP Support. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het belang van AP Support bij handhaving daarvan, op grond waarvan de kantonrechter het concurrentiebeding heeft vernietigd. AP Support vordert dat het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigt.

In de arbeidsovereenkomst is als motivering voor het concurrentiebeding vermeld dat zonder concurrentiebeding AP Support wordt benadeeld vanwege de specifieke kennis en kunde die de werknemer over haar netwerk en haar werkwijze verwerft. Door de vermelding van deze belangen treden (juist) die aan de zijde van AP Support op de voorgrond bij de te maken afweging of werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. De belangen die AP Support in dit geding aanvoert -investeringen in de opleiding van werknemer en precedentwerking- waren haar bekend bij het aangaan van het concurrentiebeding. Desondanks zijn deze belangen in de motivering van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst niet als te beschermen belangen van AP Support opgenomen. Dit betekent naar het oordeel van het hof nog niet, zoals de kantonrechter heeft geoordeeld, dat die belangen in de belangenafweging geen enkele rol meer spelen. Wel is het hof van oordeel dat deze belangen in de belangenafweging minder zwaarwegend zijn

Het hof stelt vast dat het belang van AP Support bij het terugverdienen van de investering in de opleiding van werknemer ook al (deels) wordt beschermd door de tussen werknemer en AP Support gesloten studiekostenregeling, zodat het concurrentiebeding daar geen of slechts beperkt bescherming tegen hoeft te bieden.

Over de door AP Support aangevoerde precedentwerking overweegt het hof dat de werkgever een concurrentiebeding mag bedingen om het bedrijfsdebiet van de werkgever – de opgebouwde knowhow en goodwill – te beschermen. Maar het concurrentiebeding mag niet dienen om werknemers te binden. Het enkele feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat de werkgever bij het vertrek van die werknemer, en ook niet bij het vertrek van die werknemer naar een concurrent, in zijn bedrijfsdebiet is aangetast. AP Support heeft geen feiten gesteld waaruit blijkt dat op andere wijze sprake is van aantasting van haar debiet door de overstap. Werknemer is weliswaar gelijk aan de slag gegaan bij een opdrachtgever van AP Support, maar het concurrentiebeding is niet bedoeld om het verdienmodel van AP Support te beschermen. Het belang van AP Support bij het voorkomen van precedentwerking is geen element dat rechtstreeks het bedrijfsdebiet van AP Support raakt.

Dit alles maakt, dat de belangenafweging in het voordeel van werknemer uitvalt, in die zin dat handhaving van het concurrentiebeding onbillijke benadeling van werknemer oplevert. De volledige uitspraak leest u hier.

Heeft u vragen over deze uitspraak, of heeft u andere vragen over (bijvoorbeeld) een concurrentie- of relatiebeding, neemt u dan vooral contact op met een van de arbeidsrechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation.

SPEE advocaten & mediation Maastricht

Zoeken

Recente artikelen