Bestuurder aansprakelijk voor handelen vlak voor ontbinding van de BV?

Het thema bestuurdersaansprakelijkheid is en blijft voer voor juristen. Zo ook in de Limburgse zaak die we deze week bespreken: een BV verbeurt een contractuele boete. Vervolgens wordt een lening aan de bestuurder/aandeelhouder betaald en wordt de BV ontbonden. Leidt dit tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder?

Wat waren de feiten?

In 2011 werd er tussen A-D Projectontwikkeling 3 B.V. (“AD”) en de gemeente Peel en Maas een koopovereenkomst gesloten voor de verkoop van drie percelen. Nadat de gemeente de percelen had geleverd aan AD, heeft AD (vertegenwoordigd door haar bestuurder A-D Projectontwikkeling Beheer B.V. (“AD Beheer”)) alle percelen overgedragen aan derden. Hiervoor was op basis van de koopovereenkomst voorafgaande toestemming nodig van de Gemeente.

Echter: een van de percelen is door AD verkocht en geleverd zónder die vereiste toestemming. AD gebruikte vervolgens de verkoopopbrengst van het perceel volledig om een lening van AD Beheer aan AD (grotendeels) af te lossen. Direct nadat het perceel geleverd werd, heeft AD Beheer (als aandeelhouder zijnde) AD ontbonden.

De gemeente laat het er niet bij zitten en vordert van AD Beheer en haar drie bestuurders een schadevergoeding van € 250.000,- wegens onrechtmatige daad. De bestuurders worden op grond van artikel 2:11 BW aansprakelijk gesteld. Deze bepaling maakt het mogelijk om ook de natuurlijke personen achter een rechtspersoon-bestuurder hoofdelijk aansprakelijk te stellen. Het verwijt dat de gemeente AD Beheer maakt, is dat AD Beheer als bestuurder van AD actief heeft bewerkstelligd dat AD haar contractuele verplichtingen ten opzichte van de Gemeente niet is nagekomen, als gevolg waarvan AD op grond van een boetebeding uit de koopovereenkomst een boete verbeurde van € 250.000,-.

Het is nu aan de rechtbank om te beoordelen of AD Beheer en haar bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld en daarom als bestuurder aansprakelijk zijn voor: het niet betalen van de contractuele boete aan de gemeente, het betalen van de lening van AD Beheer en de ontbinding van AD.

Wat oordeelde de rechter?

De rechtbank verwijst naar bekende jurisprudentie over dit onderwerp, de zogenaamde Beklamelnorm van de Hoge Raad: als een vennootschap tekortschiet of een onrechtmatige daad pleegt, dan kan in beginsel alleen de vennootschap worden aangesproken. Dat is anders, als er bijzondere omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat een bestuurder aansprakelijk is. Het is dan nodig dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ook is er volgens de jurisprudentie sprake van onrechtmatig handelen van een bestuurder, als die bestuurder bewerkstelligt of toelaat dat de vennootschap zijn contractuele verplichtingen niet nakomt en daardoor schade toebrengt aan de wederpartij.

Volgens de rechtbank zijn AD Beheer en haar bestuurders aansprakelijk voor de schade van de gemeente. Immers, de bestuurders wisten dat er voor de verkoop van het perceel schriftelijke toestemming nodig was. Ook gebruikten zij de verkoopopbrengst om AD Beheer te betalen en werd AD ontbonden. De bestuurders hebben niet gesteld of laten blijken op grond waarvan de betaling aan AD Beheer verricht is, waardoor het niet duidelijk is waarom er een opeisbare lening zou zijn. Met andere woorden: de betaling van AD aan AD Beheer was een zogenaamde onverschuldigde betaling. Door die betaling kon de gemeente geen verhaal nemen op de verkoopopbrengst van het perceel.

AD Beheer (en diens bestuurders) kunnen dan ook een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt, zo oordeelt de rechter.

De bestuurdersaansprakelijkheid zit dus níet in het verschuldigd worden van de contractuele boete, maar in het niet gebruiken van de verkoopopbrengst van het perceel om de boete aan de gemeente te betalen. De netto verkoopopbrengst van het perceel bedroeg € 195.000 en ten tijde van de overdracht was niet bekend dat de boete niet betaald zou kunnen worden. De rechtbank oordeelt dat AD Beheer als bestuurder veroordeeld wordt tot betaling van € 195.000.-.

Met andere woorden: de rechter knoopt aan bij de daadwerkelijke verkoopopbrengst van het perceel en níet bij de contractuele boete van € 250.000,-. Het dus niet zo, dat het enkele verbeuren van de contractuele boete tot bestuurdersaansprakelijkheid heeft geleid! Het gaat volgens de rechtbank om hetgeen zich daarna heeft afgespeeld.

De volledige uitspraak leest u hier.

Ook vragen over bestuurdersaansprakelijkheid of andere ondernemingsrechtelijke kwesties? Het ervaren team van SPEE advocaten & mediation helpt u graag verder.

SPEE advocaten & mediation Maastricht