Automonteur veroorzaakt ernstige schade aan BMW en wordt op staande voet ontslagen

Maar houdt het ontslag ook stand bij de rechter?

Een 65-jarige medewerker van een autoschadebedrijf werd op staande voet ontslagen nadat hij de auto van een klant ernstig had beschadigd en dat vervolgens probeerde te verdoezelen. Een procedure bij de kantonrechter volgde. Hoe de rechter heeft geoordeeld, leest u hier.

Wat was er aan de hand?

De automonteur, 65 jaar en sinds 2017 in dienst, werd in februari 2022 op staande voet ontslagen. Tijdens het verrichten van een kleine onderhoudsbeurt met technische controle aan een BMW, raakte de stuurinrichting van de auto ernstig beschadigd door onzorgvuldigheid van de monteur. In plaats van dit te melden, heeft de monteur de schade op nogal knullige wijze proberen te camoufleren. Toen de auto op de werkplaatsbrug stond, ontdekte de chef werkplaats de schade alsnog.

Volgens het autoschadebedrijf was de schade levensgevaarlijk en had werknemer moeten weten dat er een groot risico was voor de bestuurder van de BMW. Een ontslag op staande voet volgde, waarna de monteur naar de kantonrechter stapte.

Wat vordert de werknemer?

In de procedure voert de werknemer aan dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. De monteur vraagt om toekenning van een transitievergoeding van € 3.685, een billijke vergoeding van € 16.469, een bedrag ad € 2.289 aan loon/vakantiegeld wegens het niet respecteren van de opzegtermijn, een bedrag van € 1.056 aan vakantiedagen én vernietiging van het concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst.

Het autoschadebedrijf verzoekt op zijn beurt om schadevergoeding ter hoogte van € 4.718, bestaande uit schade aan het voertuig en gederfde inkomsten omdat werknemer niet meer voor het bedrijf kon werken, omdat hij ontslagen was.

Hoe oordeelt de kantonrechter?

De kantonrechter geeft aan dat de werknemer erkend heeft dat hij de schade aan de stuurinrichting van de auto heeft veroorzaakt. Ook is volgens de rechter voldoende aannemelijk geworden dat de werknemer die schade niet adequaat heeft gemeld bij zijn werkgever.

Echter, de kantonrechter vindt het ontslag op staande voet toch een te zware sanctie. Daarbij weegt hij mee dat de werknemer door dit ontslag geen recht heeft op salaris of op een socialezekerheidsuitkering. Bovendien is werknemer 65 jaar en gaat hij bijna met pensioen. Het autoschadebedrijf heeft geen functioneringsverslagen laten zien, dus aangenomen wordt dat deze werknemer vier jaar naar tevredenheid heeft gewerkt.

Verder geeft de kantonrechter aan dat hij het goed voorstelbaar acht dat de werknemer het vertrouwen van de werkgever heeft beschaamd. Werkgever had dan ook zeker arbeidsrechtelijke maatregelen mogen nemen, maar een ontslag op staande voet gaat te ver. Een dringende reden voor een dergelijk ontslag was er namelijk niet, aldus de kantonrechter.

Vervolgens is het de vraag of werknemer recht heeft op een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. De kantonrechter kent de transitievergoeding toe, omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de automonteur. Ook de vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegewezen; de geldende opzegtermijn is immers niet gerespecteerd.

Bovendien ontvangt werknemer hier bovenop nog een billijke vergoeding. Het niet in acht nemen van de regels voor een rechtsgeldig ontslag, is namelijk ernstig verwijtbaar aan de werkgever. Met verwijzing naar inmiddels redelijk vaste jurisprudentie over de billijke vergoeding, komt de kantonrechter uit op een billijke vergoeding van € 4.239 bruto. Dit zijn twee maanden salaris.

Ook de vordering over niet genoten vakantiedagen én het verzoek om het concurrentiebeding te vernietigen, worden toegewezen.

Het tegenverzoek van het autoschadebedrijf wordt afgewezen: een werknemer die bij de uitvoering van de werkzaamheden schade toebrengt aan de werkgever is daarvoor namelijk niet aansprakelijk tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Dat is echter volgens de kantonrechter niet aan de hand.

De uitspraak inclusief alle feiten en overwegingen van de kantonrechter, leest u hier.

De moraal van dit verhaal?

Werkgevers, pas op met het ontslag op staande voet! Het is heel goed mogelijk dat rechters het niet met u eens zijn over de vraag of er sprake is van een ‘dringende reden’.

Uit de jurisprudentie blijkt dat ‘bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, alle omstandigheden van het geval, in de onderling verband en samenhang, in aanmerking moeten worden genomen, waaronder: de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd, zijn privésituatie en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem zouden hebben.’

Laat u dan ook goed én vooral tijdig voorlichten door het arbeidsrechtteam van SPEE advocaten & mediation. Dit geldt natuurlijk net zo goed voor werknemers die met een ontslag op staande voet worden geconfronteerd.

SPEE advocaten & mediation Maastricht