Search
Close this search box.
16 sep 2022 Auteursrechten op onderwijsmateriaal: voor de docent óf voor de werkgever?

Onlangs oordeelde de rechtbank Oost-Brabant over de vraag: aan wie komt het auteursrecht toe op het onderwijsmateriaal dat een HBO-docente heeft geschreven? Ligt het auteursrecht bij de docente zelf of bij de onderwijsinstelling, als zijnde werkgever? U leest het in onze bijdrage:

Feiten

Het gaat om een docente aan een HBO-instelling, die voor haar studenten opgaven maakt. Op verzoek van haar vakgroep bundelt de docente de opgaven van haarzelf, van haar collega’s en die uit een bestaand handboek.

De opleiding waar de docente lesgeeft, stelt aan de studenten digitaal een opgavenbundel beschikbaar. Daarin zijn grote delen van de bundel van de docente opgenomen. De docente stelt dat zij auteursrechthebbende is. Daarbij noemt zij als argument dat ze de werkzaamheden in haar vrije tijd heeft verricht.

Wat zegt de wet?

Startpunt bij dit onderwerp is artikel 7 van de Auteurswet. Daarin lezen we dat indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken, de auteursrechthebbende degene is in wiens dienst de werken zijn vervaardigd. Wel kunnen partijen hierover andere afspraken maken. Met andere woorden: het auteursrecht ligt als regel bij de werkgever!

In deze zaak bepaalt ook de relevante cao dat de auteursrechten aan de werkgever toekomen indien het ‘vervaardigen van een werk’ (denk aan het schrijven van een boek) is verricht door de werknemer in de uitoefening van zijn functie ten behoeve van de werkgever.

Wat oordeelt de rechter?

De rechtbank oordeelt als volgt:

‘Vast staat dat het gelet op de functiebeschrijving van docent (…) tot de kerntaak van [werknemer] behoorde om inspirerend en interactief onderwijs te verzorgen, leerarrangementen te ontwerpen en onderzoeksopdrachten op te stellen. Niet weersproken is de stelling van Fontys dat het aan de docent is dat te doen op een wijze die de docent gepast acht. [Werknemer] heeft verklaard dat zij voor dat zij bij Fontys in dienst kwam al veel opgaves maakte voor eigen doeleinden en dat zij, toen zij in dienst kwam van Fontys, opgaves voor haar studenten is gaan maken. Uit haar verklaring blijkt dat zij dit deed in het belang van het door haar te geven onderwijs en om te voldoen aan de behoeftes van haar studenten en dat ook andere docenten opgaves ten behoeve van hun lessen maakten. [Werknemer] is blijkens haar verklaring de losse opgaves gaan bundelen op verzoek van de heer [naam] collega die deel uitmaakte van dezelfde vakgroep als [werknemer] zodat het geheel ook door andere docenten binnen de vakgroep was te gebruiken. Die bundeling betrof zowel opgaves die door [werknemer] waren gemaakt als opgaves van haar collega’s en uit het VAPRO boek, een al bestaand handboek. Er zijn ook uitwerkingen aan toegevoegd door [collega], die daarmee begon, en [werknemer] en daarmee kwam de Boeken tot stand. [Werknemer] heeft de Boeken op kosten van Fontys gekopieerd en aan studenten verstrekt. Dit gebeurde met het doel om invulling te geven aan de uitvoering van de onderwijstaak van de docenten van de vakgroep, [Werknemer] en haar collega’s. [Werknemer] en [collega] hebben daar in 2016 extra uren voor aangevraagd), volgens [werknemer] voor wijzigingen die niet in eigen tijd maar in tijd van Fontys werden aangebracht. Zij hebben deze extra uren niet gekregen maar zijn toch met deze werkzaamheden doorgegaan.’

Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het maken van opgavenbundel plaatsvond in het kader van de functie en de dienstbetrekking van de docent. Hieraan doet niet af dat de werkzaamheden grotendeels in vrije tijd zouden zijn verricht, er geen instructies waren en Fontys (als werkgever) er geen kennis van had. Het maken van de opgavenbundel paste binnen de onderwijstaak van de docente.

De uitspraak kunt u hier lezen.

Conclusie

Met andere woorden: de docente heeft de bundel gemaakt in het kader van haar functie en dienstbetrekking aan de HBO-instelling. Het auteursrecht komt dus toe aan de onderwijsinstelling! Om onduidelijkheid en discussies te voorkómen, raden wij aan om voor de zekerheid toch steeds een bepaling over intellectuele eigendomsrechten (waaronder auteursrecht) op te nemen in de arbeidsovereenkomst zelf.

Vragen over auteursrecht? Of over het arbeidsrecht? Op beide rechtsgebieden is SPEE advocaten & mediation uw betrouwbare sparringpartner.

SPEE advocaten & mediation Maastricht

Zoeken

Recente artikelen