Anciënniteit telt niet áltijd mee bij berekening transitievergoeding

Werknemer die zijn eerste arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd, trekt aan het kortste eind

Als een arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van de werkgever, dan heeft de werknemer in beginsel recht op een transitievergoeding. Om de hoogte van die vergoeding te berekenen, moet eerst bepaald worden hoe lang het arbeidsverleden van de werknemer precies heeft geduurd. Uit een recente uitspraak blijkt echter dat niet áltijd het volledige arbeidsverleden meetelt, bij de berekening van de transitievergoeding.

Laten we beginnen met de wet: artikel 7:673 lid 4 BW bepaalt dat een of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, worden samengeteld, voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst. De vraag is nu: geldt die regel ook als een eerdere arbeidsovereenkomst op uitdrukkelijk initiatief van de werknemer is geëindigd?

Deze vraag is kort geleden door de Rechtbank Midden-Nederland ontkennend beantwoord. Wat was er aan de hand? Werknemer werkte van 1 oktober 2013 tot 1 juli 2019 als salesmanager voor werkgever. Per 1 juli 2019 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd en is hij elders gaan werken. In september 2019 klopte werknemer echter weer bij zijn oude werkgever aan. Partijen gingen in overleg en dit had als resultaat dat werknemer vanaf 14 oktober 2019 weer aan de slag ging bij werkgever, dit keer als ordermanager voor onbepaalde tijd.

De nieuwe samenwerking was helaas niet van lange duur: op 2 november 2020 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 januari 2021. Werkgever heeft € 2.311,55 bruto aan transitievergoeding betaald aan werknemer, op basis van indiensttreding per 14 oktober 2019. Maar volgens werknemer was dat niet juist: hij had eerder al vanaf 1 oktober 2013 bij deze werkgever gewerkt, en de tussenpoos was korter dan zes maanden.

De kantonrechter heeft als volgt geoordeeld. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 7:673 lid 1 jo lid 4 BW, blijkt niet expliciet hoe moet worden geoordeeld over deze situatie. De kantonrechter is het echter met de werkgever in deze zaak eens, dat een strikte toepassing van die wettelijke bepaling ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ kan zijn.

In dat verband is het relevant dat het uitgangspunt voor de verschuldigdheid van een transitievergoeding is, dat de arbeidsrelatie op initiatief van de werkgever is beëindigd. Daarnaast lijkt de achterliggende gedachte van het behoud van anciënniteit (bij voortgezette arbeidsrelaties) te zijn: werknemers beschermen tegen willekeur, misbruik en ongeoorloofde discriminatie, de vaststelling van een volwaardige en bestendige arbeidsrelatie met de werkgever, de compensatie voor trouwe dienst bij ontslag en een eerlijke risicoverdeling bij ontslag in verhouding tot specifieke investeringen van de werknemer in de relatie.

In dat licht heeft de kantonrechter geoordeeld dat het van cruciaal belang is dat de eerste arbeidsovereenkomst (1 oktober 2013 – 1 juli 2019) op eigen initiatief van werknemer is geëindigd. Werkgever was in oktober 2019 dan ook niet verplicht om werknemer weer in dienst te nemen. Volgens de kantonrechter lijkt het toekennen van een transitievergoeding over de periode 1 oktober 2013 – 1 juli 2019 niet de bedoeling van de wetgever te zijn geweest.

Daarnaast heeft de kantonrechter aangegeven dat het de bedoeling van de transitievergoeding is om werknemers te compenseren voor ontslag en de overgang naar een nieuwe baan makkelijker te maken. Als werknemer echter in dít geval een transitievergoeding zou krijgen over de periode van zijn eerste arbeidsovereenkomst, dan zou hij – ondanks zijn eigen opzegging – worden beloond door binnen zes maanden terug te keren bij zijn oude werkgever, terwijl zijn werkgever zou worden gestraft door werknemer weer in dienst te nemen. Dat staat haaks op de essentie van de wetsbepaling over de transitievergoeding.

Kortom: de kantonrechter oordeelt dat aan de werknemer geen transitievergoeding toekomt over de periode van zijn eerste arbeidsovereenkomst, aangezien werknemer die arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd.

De gehele uitspraak kunt u hier lezen.

Heeft u ook vragen over de transitievergoeding, anciënniteit of andere arbeidsrechtelijke onderwerpen? De arbeidsrechtadvocaten van SPEE advocaten & mediation staan voor u klaar.

SPEE advocaten & mediation Maastricht